Resultaten presenteren

Van 3000 ERGO-deelnemers achterhaalde Gina Ginos op welke etage zij woonden in een flat.

 

Waarom? Volg Gina tijdens haar promotieonderzoek in deel 4: de onderzoeksresultaten presenteren.

 

Regelmatig kunt u lezen dat iemand promotieonderzoek verricht binnen ERGO. Verloopt alles volgens plan, dan leiden de werkzaamheden tot een proefschrift dat de onderzoeker met succes verdedigt, waarna hij of zij zich doctor mag noemen.

Gina Ginos hoopt dit eind 2024 ook te bereiken. Tot die tijd vertelt zij in een aantal afleveringen over de stappen in haar promotietraject. Al eerder kon u kennismaken met haar en vertelde ze over haar onderzoeksvraag en ging ze in op de manier waarop ze onderzoeksgegevens heeft verzameld.

 

Blootstelling

‘Op 17 november 2023 heb ik voor het eerst resultaten van mijn promotieonderzoek gedeeld met een breder publiek. Dat gebeurde tijdens een congres in de Jaarbeurs in Utrecht. In de loop van het jaar had ik het idee gekregen: mijn eerste uitkomsten zijn goed genoeg om ze te preseneren aan onderzoekers uit hetzelfde veld of een veld dat overlap heeft met het mijne. Daarom meldde ik me aan voor een congres van exposome-nl. Dat is een Nederlands consortium dat samenwerkt op het gebied van blootstelling. Bijvoorbeeld blootstelling aan je leefomgeving en wat de gevolgen daarvan zijn.

 

Uitgenodigd

Ik stuurde een aantal resultaten op en een samenvatting van wat ik tot dan toe had gedaan tijdens mijn promotieonderzoek. Een tijdje later ontving ik een positieve reactie; ik werd uitgenodigd om een oral presentation te geven tijdens het congres. Ik mocht tien minuten lang vertellen over het onderzoek, aan de hand van een PowerPoint-presentatie.

Of ik nerveus was? Laten we het houden op een gezonde spanning. Tijdens een congres zijn er verschillende settings. Sprekers met een grote naam doen een half uur lang hun verhaal voor een groot publiek in een grote zaal. Andere onderzoekers, onder wie ik, presenteren hun resultaten in een kleinere ruimte. Bij mij waren er ongeveer vijftien belangstellenden.

 

Tips en reacties

Ik had een aantal doelen. Het eerste was dat ik collega-onderzoekers wilde tonen wat mijn onderzoek kan toevoegen aan bestaande kennis. Gezamenlijk proberen we het onderzoeksveld steeds een stapje verder te brengen. Het tweede doel was vragen, reacties en tips te krijgen van collega-onderzoekers. Stel, dat zij me op nieuwe inzichten zouden brengen. Dan had ik er in die fase van mijn onderzoek nog mee aan de slag kunnen gaan.

 

Ontmoeten

Een andere reden om resultaten te presenteren, was dat netwerken belangrijk is in de wetenschap. Ik ontmoette onderzoekers die ik nog niet kende en die werken in andere landen en bij andere instituten. Daar kan ik misschien ooit mijn voordeel mee doen. Denk aan een eventuele nieuwe carrièrestap. Fijn vond ik het ook om te spreken met onderzoekers die in hetzelfde veld werken als ik en min of meer in dezelfde fase van hun onderzoek zaten. Dan kun je bijvoorbeeld elkaars werkprocessen met elkaar vergelijken. O, jij hebt net als ik ook best lang gedaan over het verzamelen van die en die gegevens? Dat is dus helemaal niet gek?

Verder was het congres voor mij als beginnend onderzoeker een mooie mogelijkheid om in de openbaarheid te discussiëren over mijn werk; dat is toch een andere vorm van presenteren dan dat je je resultaten opschrijft.

 

Grondig voorbereid

Ik heb me overigens grondig voorbereid op de presentatie, die in het Engels was. Eerst had ik het uitgeschreven. Daarna heb ik het langzaam voorgelezen aan mezelf: duurde het op deze manier ongeveer tien minuten? Daarna heb ik de presentatie gedaan binnen mijn onderzoeksgroep in het Erasmus MC en later nog een paar keer voor mezelf.

 

Goede reacties

Tijdens de dag zelf heb ik goede reacties gekregen. Bijvoorbeeld naar aanleiding van een van de manieren waarop ik onderzoeksgegevens heb verzameld. Onderzoekers vonden het bijzonder dat ik naar flats in Ommoord ben gegaan om te achterhalen op welke verdieping ERGO-deelnemers woonden. Veel onderzoekers baseren zich op onderzoeksmodellen in de computer, dus ze vonden het interessant om te horen hoe ik dit had aangepakt.”

 

Volgende aflevering

Meer weten over Gina’s onderzoeksresultaten? Zij verwerkt ze inmiddels in haar proefschrift. Hoe vergaat het haar daarbij? Binnenkort kunt u meer lezen in de volgende aflevering: het schrijfproces. 

verzamelen onderzoeksgegevens

 

Van 3000 ERGO-deelnemers achterhaalde Gina Ginos op welke etage zij woonden in een flat.

 

Waarom? Volg Gina tijdens haar promotieonderzoek in deel 3: de onderzoeksgegevens verzamelen.

Regelmatig kunt u lezen dat iemand promotieonderzoek verricht binnen ERGO. Verloopt alles volgens plan, dan leiden de werkzaamheden tot een proefschrift dat de onderzoeker met succes verdedigt, waarna hij of zij zich doctor mag noemen. Gina Ginos hoopt dit eind 2024 ook te bereiken. Tot die tijd vertelt zij in een aantal afleveringen over de stappen in haar promotietraject. In deel 1 kon u kennismaken met haar, en in deel 2 vertelde ze over haar onderzoeksvraag. Wilt u de eerder verschenen delen teruglezen? Scroll dan naar beneden in het digitaal magazine. 

 

Verdieping

‘Veel gegevens voor mijn onderzoek zijn al beschikbaar in ERGO. Denk aan data over het eventueel voorkomen van hart- en vaatziekten, obesitas en diabetes bij deelnemers, maar ook of hij of zij nog in leven is. Aan deze gegevens wordt onder meer informatie toegevoegd die ik zelf heb achterhaald: op welke verdieping leefden flatbewoners in 2008? Zo hoop ik eventuele verbanden te kunnen leggen tussen de hoogte waarop mensen leefden en hun gezondheid op dat moment. En is er een relatie met de leeftijd waarop deelnemers zijn overleden?

 

Kaart Ommoord invullen

Ik ben begonnen met het invullen van kaarten van Ommoord, in samenwerking met onderzoekers van de Universiteit Utrecht. Ik berekende bijvoorbeeld wat tussen 1990 en 2019 de luchtvervuiling en geluidsoverlast was op veel verschillende plekken. Die informatie verwerkte ik op de kaarten. Daarop gaf ik ook aan hoeveel groen er was op de locatie en of er water was in de vorm van bijvoorbeeld singels. Op die manier ontstond een gedetailleerd overzicht van de invloed van omgevingsfactoren op verschillende plekken in Ommoord.

Stap twee was ERGO-deelnemers te plaatsen op de kaarten. Als je weet waar iemand woonde in 2008, weet je bijvoorbeeld ook aan hoeveel luchtverontreiniging en geluidsoverlast hij of zij werd blootgesteld in dat jaar.

Buitenstaanders denken misschien dat onderzoek doen heel spannend is, maar soms is het taai en monotoon werk. Dat gold ook voor een deel van mijn onderzoek: adressenlijsten van deelnemers netjes maken. Elke straatnaam moet bijvoorbeeld beginnen met een hoofdletter en goed gespeld zijn. Het kwam ook voor dat mensen in hetzelfde jaar aan twee adressen waren gekoppeld. Dan stond bijvoorbeeld zowel het adres van hun oude woning vermeld als het adres van het verplegingshuis waarnaar ze waren verhuisd. Pas wanneer je al dit soort foutjes verwijdert, weet je zeker waar iemand woonde in het jaar dat je onderzoekt. Ik heb hiervoor computerprogramma’s gebruikt. Een andere valkuil was dat sommige gebouwen niet meer bestaan. Dan probeerde ik toch zo nauwkeurig mogelijk de coördinaten van iemands woning in 2008 te bepalen.

 

Wandelroutes

Hoe ik heb vastgesteld wat de hoogte was van de leefomgeving van ERGO-deelnemers in 2008? Ik ben van start gegaan met een kaart van het RIVM, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Daarop staat van elke plek in Ommoord de hoogte vermeld, óók van gebouwen. De gele plekken zijn hoogbouw. Ik kwam tot 45 flatgebouwen. Via het landelijk Kadaster kon ik opzoeken wat de naam is van de straat waar het gebouw staat én welke huisnummers erbij horen. Op basis van deze informatie heb ik voor mezelf vier wandelroutes gemaakt.

 

Huisnummers noteren

Met pen en formulieren in mijn hand ben ik daarna naar de flatgebouwen gegaan. Ik hoopte dat beneden aan de buitenkant staat vermeld welke huisnummers horen bij welke verdieping. Bijvoorbeeld: op de eerste verdieping bevinden zich huisnummer één tot en met tien. Dat noteerde ik dan op een formulier. Die informatie wil ik later koppelen aan adresgegevens van ERGO-deelnemers uit 2008. Dan weet je bijvoorbeeld dat meneer Jansen destijds op de vierde verdieping woonde. Op deze manier heb ik van ongeveer 3.000 ERGO-deelnemers vastgesteld wat in 2008 de hoogte van hun leefomgeving was. Dat is ongeveer zestig procent van de deelnemende flatbewoners in dat jaar. Voor de andere veertig procent ben ik nog op zoek naar een andere oplossing.

 

Goed beeld

Voordat ik promotieonderzoek begon te verrichten, kende ik Ommoord niet. De wandelingen hebben me een goed beeld gegeven. Bijvoorbeeld: wie in Ommoord hoog in een flat woont, heeft uitzicht op veel groen. Dat is heel anders dan bijvoorbeeld in New York, waar flatgebouwen dicht op elkaar staan.

 

Nieuwe fase

Mijn onderzoek gaat een nieuwe fase in. Alle onderzoeksvragen zijn geformuleerd en vrijwel alle data om ze te beantwoorden heb ik tot mijn beschikking. Nu wordt het tijd om analyses uit te voeren en resultaten op te schrijven.’

 

Binnenkort kunt u aflevering 4 uit Gina Ginos’ promotietraject lezen: het schrijfproces.

 

de onderzoeksvraag

‘De hoogte waarop je leeft is ook een omgevingsfactor die je gezondheid misschien beïnvloedt’


Van 3.000 ERGO-deelnemers achterhaalde Gina Ginos op welke etage zij woonden in een flat. Waarom? Volg Gina tijdens haar promotieonderzoek.

Deel 2: de onderzoeksvraag.


Regelmatig kunt u lezen dat iemand promotieonderzoek verricht binnen ERGO. Verloopt alles volgens plan, dan leiden de werkzaamheden tot een proefschrift dat de onderzoeker met succes verdedigt, waarna hij of zij zich doctor mag noemen. Gina Ginos hoopt dit eind 2024 ook te bereiken. Tot die tijd vertelt zij in een aantal afleveringen over de stappen in haar promotietraject. In deel 1 kon u al kennismaken met haar.

 

Stakingen openbaar vervoer

“Dat zal je net zien: uitgerekend op de dag van mijn eerste sollicitatiegesprek in Rotterdam, waren er regionale stakingen in het openbaar vervoer. Ik moest uit Amsterdam komen. Daarom besloot ik het zekere voor het onzekere te nemen: ik reisde een dag eerder naar Rotterdam en overnachtte in een hotel. Zó graag wilde ik de onderzoeksplek bij ERGO hebben.

 

Hart- en vaatziekten

Wat ik wist van de onderzoeksplek? ERGO heeft zich aangesloten bij een project dat is gefinancierd door de Europese Unie:Longitools. Daarbinnen werken bevolkingsonderzoeken en universiteiten samen om onderzoek te doen naar leefomgeving en cardio-metabole gezondheid. Denk hierbij vooral aan hart- en vaatziekten, diabetes mellitus, obesitas en voorstadia van deze aandoeningen. Vanuit LongITools waren financiële middelen beschikbaar gesteld voor een promotieonderzoeker binnen ERGO. De middelen waren aangevraagd door Maryam Kavousi en Trudy Voortman.

 

Verstedelijking

Maryam is arts-epidemioloog die onder meer onderzoek doet naar hartfalen en boezemfibrilleren. Trudy is voedingswetenschapper en epidemioloog. Zij kijkt binnen ERGO naar de gezondheidseffecten van bijvoorbeeld voeding, beweging, alcoholgebruik en overgewicht. Met hen had ik mijn sollicitatiegesprekken. De eerste keer was een kennismaking. Bij het tweede gesprek heb ik een presentatie gehouden. Die ging onder meer over verstedelijking: dat steeds meer mensen in een stad gaan wonen. Daarbij toonde ik ook krantenkoppen. Verder ging ik in op metabolomics: in dit onderzoeksgebied worden technieken gebruikt waarmee je wel duizend verschillende stofjes in iemands bloed kan bepalen. Stel, in jouw leefomgeving is veel luchtvervuiling. Dan reageert je lichaam door verschillende stofjes aan te maken. Deze stofjes kun je meten met metabolomics-technieken. Zulke metingen zijn ook gedaan in het bloed van ERGO-deelnemers. Die wilde ik bestuderen.

 

Invloed luchtvervuiling

Ik werd aangenomen en ben als promotieonderzoeker van start gegaan op 1 juli 2021. Mijn promotor werd Arfan Ikram, de onderzoeksleider van ERGO. Meestal richt een promotieonderzoeker zich in het eerste half jaar vooral op de onderzoeksvragen. Wát wil ik precies onderzoeken? Welke vragen wil ik beantwoorden? Mijn hoofdvraag werd: wat is de invloed van omgevingsfactoren op de cardio-metabole gezondheid? Concreter: welke effecten hebben luchtvervuiling, geluidsoverlast, een al dan niet groene omgeving en al dan niet aanwezigheid van water op het ontstaan of voorkomen van hart- en vaatziekten en diabetes? En op de leeftijd waarop mensen overlijden?

 

Relevant voor de gezondheidszorg

Dit verzin je als promotieonderzoeker niet allemaal zelf. Je schrijft projectplannen en presenteert die aan andere onderzoekers. Vinden de collega’s bijvoorbeeld dat de voorgestelde onderzoeksvraag relevant is voor de maatschappij en gezondheidszorg? Op basis van hun reactie voer je eventueel aanpassingen door om tot de definitieve onderszoeksvragen te komen.

In deze overleggen vertel je ook over de onderzoeksgegevens waarmee je de vraag wilt beantwoorden. Denken je collega’s dat die data volstaan? Of zijn er andere gegevens nodig? Onderzoekers met verschillende expertises hebben met mij meegedacht. Het ging bijvoorbeeld om deskundigen op het gebied van onderzoeksmethodologie, collega’s die veel weten over hart- en vaatziekten en specialisten op het vlak van de geografische omgeving en de blootstelling aan omgevingsfactoren.

 

Verdieping flatgebouw

Ik heb nog niet verteld over een bijzondere manier waarop ik onderzoeksvragen wil beantwoorden. Het is een manier die ik niet ben tegengekomen in de onderzoeksartikelen die ik heb gelezen in de voorbereiding op mijn presentaties aan de collega’s. De hoogte waarop je leeft is ook een omgevingsfactor die je gezondheid kan beïnvloeden. Wie op de hoogste verdieping van een flatgebouw woont, wordt bijvoorbeeld meer blootgesteld aan het geluid van vlieg-, trein- en autoverkeer dan iemand op de eerste verdieping. Maar wie op de eerste verdieping woont, heeft normaal gesproken weer minder uitzicht op groen dan iemand bovenin.

 

Enthousiast

Mijn collega-onderzoekers reageerden daarom enthousiast op het idee om na te gaan welke ERGO-deelnemers in een flat woonden en op welke verdieping. Heel eenvoudig gesteld is het idee om daarna te bekijken of de hoogte van de leefomgeving samenhangt met cardio-metabole gezondheid.’

 

Binnenkort kunt u aflevering 3 uit Gina Ginos’ promotietraject lezen: de onderzoeksgegevens verzamelen.

 

Gina Ginos, de kennismaking

Van 3.000 ERGO-deelnemers achterhaalde Gina Ginos op welke etage zij woonden in een flat. Waarom? Volg Gina tijdens haar promotieonderzoek.

 

De kennismaking

Regelmatig kunt u lezen dat iemand promotieonderzoek verricht binnen ERGO. Verloopt alles volgens plan, dan leiden de werkzaamheden tot een proefschrift dat de onderzoeker met succes verdedigt, waarna hij of zij zich doctor mag noemen. Gina Ginos hoopt dit eind 2024 ook te bereiken. Tot die tijd vertelt zij in een aantal afleveringen over de stappen in haar promotietraject.

 

Amerika

‘Sinds 2018 ben ik arts. Ik rondde toen de studie geneeskunde af aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daarna ben ik voor een jaar naar Amerika gegaan. In Seattle haalde ik de Amerikaanse artsexamens en heb ik onderzoek verricht.

Het ging om onderzoek naar het verband tussen voeding en gezondheid binnen een vakgebied waarop ik me nu ook richt in Rotterdam: epidemiologie. Deze onderzoekers houden zich bezig met het beter begrijpen van hoe ziekten ontstaan, en waar en bij wie ze het vaakst voorkomen.

Terug in Nederland, ging ik aan de slag binnen het medisch specialisme interne geneeskunde. Ik werd arts-assistent op de afdeling interne geneeskunde van het Spaarne Gasthuis in Haarlem. En ik deed wetenschappelijk onderzoek binnen de afdeling nierziekten van het AMC, een voorganger van Amsterdam UMC.

 

Gezondheidsprobleem voorkomen

Het was nuttig en interessant werk, maar er waren twee zaken waarop ik graag meer de nadruk wilde leggen. Het eerste: als arts of arts-assistent zie je vooral mensen die een ziekte hebben en behandeling nodig hebben. Je probeert dan een probleem op te lossen, maar het zou beter zijn als je het probleem kunt voorkómen. Als iemand bijvoorbeeld voldoende beweegt en gezond eet, is de kans kleiner dat zijn of haar gezondheid achteruit gaat. Ik voelde de behoefte meer bezig te zijn met preventie van gezondheidsproblemen.

 

Geluidsoverlast

Natuurlijk, als arts vertel je mensen vaak over de voordelen van een gezonde leefstijl. Maar op een dag heb je vaak alleen tijd om met een klein aantal patiënten te praten over gezonder eten of stoppen met roken. Bovendien is dit niet zo eenvoudig als het klinkt. Iemands leefstijl, iemands gedrag, hangt samen met onder meer de mensen met wij hij of zij omgaat en de hoeveelheid geld die iemand te besteden heeft. Ook de plek waar je leeft, bepaalt mede je gedrag. Maar niet iedereen heeft daarin een keuze; niet iedereen krijgt de mogelijkheid om bijvoorbeeld te wonen op een plek zonder geluidsoverlast.

 

Parken en water

Hier kwam mijn tweede wens om de hoek kijken: ik wilde me meer richten op preventie van ziekten onder de bevolking dan preventie van ziekten van individuen. Daarbij sprak het onderwerp leefomgeving mij aan. Dat is alles waaraan je kan worden blootgesteld in de omgeving waar je leeft. Luchtvervuiling en geluidsoverlast springen hier in het oog. Andere voorbeelden zijn of je al dan niet leeft in een groene omgeving – denk aan de aanwezigheid van parken – en in de buurt van water, zoals een meer.

Het ene uiterste van preventie gaat over gezond blijven als individu, dus of je als enkeling een gezonde leefstijl hebt. Het andere uiterste gaat over hoe we de samenleving kunnen inrichten om de bevolking zo gezond mogelijk te houden. Ik wilde meer actief zijn in de tweede richting.

In 2021 ging ik op zoek naar een vacature voor een onderzoeker op het gebied van leefomgeving en gezondheid. Op Google kwam ik die tegen: ERGO zocht een promotieonderzoeker.’

 

Binnenkort kunt u aflevering 2 uit Gina Ginos’ promotietraject lezen: de onderzoeksvraag.

Als je blij wordt van lezen, is dat goed voor je geestelijke gezondheid

Een zomeravond, de balkondeur geopend en op de achtergrond het geroezemoes van mensen op terrasjes. Héérlijk vindt Annemarie Luik het om in die sfeer te lezen in haar appartement. ‘Ik woon boven de Oude Haven in Rotterdam-centrum. Vlakbij is de gemeentebibliotheek, waarvan ik lid ben en waar ik de meeste boeken vandaan haal die ik lees.’

Binnen ERGO richt Annemarie zich op mentale gezondheid. Ze is universitair docent en onderzoeksleider psychiatrische epidemiologie.

 

‘Ik heb vooral aandacht voor de meest voorkomende mentale gezondheidsproblemen, zoals angst en depressie. Daarnaast ben ik geïnteresseerd in de rol van slaap, zowel voor de geestelijke als lichamelijke gezondheid.’

 

Lachend: ‘Ik heb weleens de roman Nooit meer slapen van Willem Frederik Hermans cadeau gedaan aan een ERGO-collega die zijn promotieonderzoek op het gebied van slaap had afgerond. Dan kunnen de titel en inhoud van Nooit meer slapen herkenbaar zijn.’

 

 

Eenzaamheid

Annemarie was onder meer betrokken bij ERGO-onderzoek tijdens de coronaperiode naar psychosociale gezondheidsproblemen als sociale isolatie, eenzaamheid, depressie en angst. Zij en haar collega’s baseerden hun resultaten op ruim 4500 ingevulde vragenlijsten. Het bleek bijvoorbeeld dat depressie vaker voorkomt onder mensen die sociale isolatie en eenzaamheid ervaarden. Deelnemers die zich zorgen maakten over de pandemie, hadden gemiddeld vaker een algemeen gevoel van angst.

 

 

Allergische reactie

Als kind las Annemarie al graag. ‘Ik groeide op in een klein dorp: Nuland. Daar kwam de bieb-bus langs. De collectie was niet zo groot, al snel had ik alle boeken gelezen. Sindsdien nam mijn moeder me naar de bibliotheek een plaats verderop: Rosmalen. Laatst heb ik via internet een boek uit mijn kindertijd besteld. Het was eerste boek waarbij ik moest huilen: We gingen bramen plukken, van Doris Buchanan Smith. Een boekje dat kinderen leert dat verdriet en lijden ook bij het leven kunnen horen. Het gaat over een jongetje dat wordt gestoken door een bij, een allergische reactie krijgt en overlijdt.’

 

Blij

Leest Annemarie omdat het gezond is? ‘Ik ken geen wetenschappelijk onderzoek dat nagaat of er een direct oorzakelijk verband is tussen lezen en gezondheid. Maar ik weet wel dat lezen voor veel mensen een vorm van ontspanning is. Zij worden er blij van, en dat is uiteindelijk goed voor de geestelijke gezondheid. Andere mensen houden niet van lezen en worden gelukkig van iets anders. Het gaat erom dat je even tijd hebt voor jezelf, dat je je ontspant. Dat kan ook door een Netflix-serie te kijken of met een breiwerk op de bank te zitten.’

 

 

Tijdreis door Rotterdam

Thrillers, literaire romans, chicklit, young adult, graphic novels: Annemarie is liefhebber van vele genres. ‘Er zijn periodes waarin ik niet of nauwelijks boeken lees, terwijl ik in andere fases het ene na het andere werk verslind. Zo heb ik in de afgelopen zes weken tien boeken gelezen. Voorbeelden? Metro 010 van Ellen Schindler. Dat is een striproman – een graphic novel – over de geschiedenis van Rotterdam. Een combinatie van beelden, gedichten en andere teksten. Met de metro reis je door de tijd. Het boek is gericht op een jonger publiek, maar ik denk dat het voor iedereen leuk en boeiend is. Een ander mooi boek dat ik onlangs heb gelezen is Outlawed, van Anna North. Het gaat over vrouwen die geen kinderen kunnen krijgen, buiten de maatschappij terechtkomen en een bende vormen.’

 

Pioniersfamilie in Texas

Vraag Annemarie naar haar favoriete boek, en ze verzucht dat het onmogelijk is dat te zeggen, omdat er zóveel moois valt te lezen. Vraag naar haar favoriete genre, en er valt ook een stilte. Na een paar tellen nadenken: ‘Over het algemeen houd ik van literaire romans die me iets leren over andere culturen. Dat kunnen hedendaagse culturen zijn en culturen uit het verleden. Een voorbeeld is Het Pauperparadijs, van Suzanna Jansen, over een bedelaarsgesticht in Drenthe tijdens negentiende eeuw. Of De Overgave, van Arthur Japin, over een pioniersfamilie in Texas, ook in de negentiende eeuw. Prachtig is ook het Huis van de Moskee, van Kader Abdolah, over een familie tijdens de Iraanse revolutie.’

 
Aanrader

Een favoriet boek kiezen, dat kan Annemarie dus niet. ERGO-deelnemers een boek aanraden, dat is wel mogelijk. ‘Het is Het eiland van de verdwenen bomen, van Elif Shafak. Het verhaal begint in London, waar een dochter de historie van haar vader en overleden moeder probeert te begrijpen: een Turkse jongen en een Grieks meisje die verliefd op elkaar worden ten tijde van de splitsing van Cyprus in een Turks en Grieks deel in 1974. Een verboden relatie. Ze worden van elkaar gescheiden, maar komen weer bij elkaar. Hun traumatische ervaringen werken ook door op hun dochter. Elk ander hoofdstuk wordt geschreven door een vijgenboom die de hele geschiedenis heeft meegemaakt. Ik houd van de boeken van Elif Shafak, omdat ze gaan over menselijke verbindingen. Het zijn geen standaardverhalen en de personages zijn geen standaardmensen, in zoverre die al zouden bestaan.’

 

Lezen voor het slapen

Tot slot: veel mensen lezen in bed voordat zij gaan slapen. Een goed idee? ‘Ja’, zegt Annemarie, ‘lezen kan een ritueel zijn om je lichaam tot rust te brengen.’ Grinnikend: ‘Voor mij pakt lezen in bed soms niet goed uit. Dan is een boek zó boeiend of spannend, dat ik op een gegeven moment denk: O, ik had het lampje twee uur geleden al uit moeten doen. Het is dus belangrijk een balans te vinden.’

 

 

 

Het ontstaan van dementie doorgronden

Hoe ontstaat dementie? Zo kort als deze vraag is, zo lang is de zoektocht naar het antwoord. Al tientallen jaren proberen onderzoekers de puzzel te leggen. Via ERGO hebben Joyce van Arendonk en Rebecca Steketee een stukje gevonden.

 

Memorabele maandagochtenden.

Regelmatig denken Joyce van Arendonk en Rebecca Steketee terug aan onderzoeksdagen bij de afdeling Radiologie & Nucleaire Geneeskunde in het Erasmus MC. Niet alleen omdat ze nog altijd onder de indruk zijn van het enthousiasme en de bereidwilligheid die ERGO-deelnemers toonden, maar ook omdat het steeds weer de vraag was of het onderzoek sowieso zou kunnen doorgaan. Als het benodigde radioactieve stofje die dag niet aan de hoogste kwaliteits- en veiligheidseisen bleek te voldoen, moesten Joyce en Rebecca deelnemers afbellen. Of gingen mensen zelfs terug naar huis zonder te zijn gescand.

 

Motivatie

Rebecca: ‘Binnen ERGO zijn deelnemers degenen die het onderzoek máken. Deze studie heeft dat onderstreept. Ruim 640 mensen kwamen belangeloos voor een paar uur naar het Erasmus MC. Ze vonden het geen probleem via een infuusnaald licht radioactief materiaal ingebracht te krijgen. En ook was er volop begrip als hun onderzoek die dag niet kon doorgaan.’ Joyce: ‘Deelnemers toonden zich geïnteresseerd in dementie en het onderzoek. Sommigen zeiden dat hun belangrijkste motivatie voor deelname was dat familieleden dementie hebben.’

 

Welkom

De deelnemers zijn van september 2018 tot november 2021 verwelkomd in het Erasmus MC. Joyce was erbij betrokken als promotieonderzoeker. Zij hoopt dit jaar de doctorstitel te krijgen. Rebecca was coördinator van het onderzoek, waarbij deelnemers hun hoofd in een PET/CT-scanner legden.

 

Welke kennis gaan de nieuwe gegevens hopelijk opleveren?

Joyce vertelt over de aanleiding voor de studie: ‘Het is bekend dat een eiwit met de naam amyloïd een rol speelt bij het ontstaan van dementie. Maar veel is ook nog onbekend. Wat is dan precies de rol van amyloïd? We weten ook niet waarom de ene persoon met een samenklontering van amyloïd dementie krijgt en de andere niet. Een andere ontstaanswijze van dementie is dat schade optreedt aan bloedvaten in de hersenen, bijvoorbeeld door neerslag van kalk in deze bloedvaten. Een belangrijke onderzoeksvraag is: bestaat er misschien een wisselwerking tussen enerzijds samenklontering van het amyloïd-eiwitten en anderzijds beschadigde bloedvaten in de hersenen? Mogelijk maakt bijvoorbeeld het eiwit de membraan (vlies, red.) van bloedvaten kapot.”

 

MRI-scans

Informatie over de staat van de bloedvaten in de hersenen van ERGO-deelnemers was al beschikbaar. Die is te vinden op MRI-scans gemaakt in het ERGO-onderzoekscentrum. Gegevens over eventuele aanwezigheid van amyloïd-eiwit moesten daaraan worden toegevoegd – in de vorm van PET/CT-scans. Daarna kon van iedere deelnemer de MRI-scan naast de PET/CT-scan worden gelegd. Deelnemers waren minstens zestig jaar oud en hadden geen dementie, omdat het onderzoekonderwerp het ontstáán van dementie was en de focus dus lag op de fase vóór de ziekte.

 

Rebecca: ‘Voor het onderzoek hadden we de beschikking over twee PET/CT- scanners van het Erasmus MC. Zo konden we op een middag meerdere ERGO-deelnemers tegelijk uitnodigen. Joyce of ik begroette de deelnemer. Daarna namen we door of de eerdere telefonische uitleg duidelijk was en ondertekende de deelnemer het toestemmingsformulier voor het onderzoek. Vervolgens ging de deelnemer naar een ruimte waar een collega van de Nucleaire Geneeskunde het radioactieve stofje inbracht. Dat was bedoeld om eventuele amyloïd-eiwitten zichtbaar te maken’

 

Eiwitten in beeld

Joyce: ‘Als iemand amyloïd-eiwitten in de hersenen heeft, hecht het radioactieve stofje zich hieraan. Het stofje geeft dan een straling af die is te zien met de PET/CT-scanner. Zo wordt duidelijk wáár amyloïd-eiwitten aanwezig zijn en in welke mate. Hoe witter het beeld op de scan, hoe meer eiwitten.’

Rebecca: ‘Nadat het infuus is ingebracht, duurt het anderhalf uur voordat het radioactieve stofje het gewenste niveau heeft bereikt. Deelnemers moesten dus even geduld hebben. Geen probleem, zo bleek. De meesten zaten gezellig met elkaar te praten of lazen iets in de wachtruimte. Dat was een beveiligde kamer, want de deelnemers waren op dat moment een beetje radioactief. Vervolgens gingen ze naar de ruimte waar de PET/CT-scanner stond en waar ze andere collega’s van de Nucleaire Geneeskunde ontmoetten. Soms deed een echtpaar mee aan het onderzoek. De twee lagen dan gelijktijdig in de scanner: de ene deelnemer aan de ene kant, de andere aan de andere. Om goede beelden te krijgen, moet je twintig minuten in de scanner blijven. Daarna bedankten we de deelnemer hartelijk en was zijn of haar onderzoek afgelopen.’

 

Diabetes

De nieuwe onderzoeksgegevens hebben al één resultaat opgeleverd. Dat is in januari 2023 gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Brain. Joyce: ‘Mensen met diabetes blijken vaker amyloïd-eiwitten in hun hersenen te hebben dan mensen zonder diabetes. Een hoge bloedruk en een hoog cholesterolgehalte gaan ook vaker samen met samenklontering van amyloïd-eiwitten. Verder hebben mensen met amyloïd-eiwitten vaak een bepaalde variant van een gen dat een rol speelt bij dementie.’

Hieruit kan niet worden geconcludeerd dat mensen met diabetes, een hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte en die variant een groter risico hebben op dementie. Joyce: ‘We hebben alleen vastgesteld dat zij vaker amyloïd-eiwitten hebben. En niet iedereen met een samenklontering van amyloïd-eiwitten krijgt dementie. De PET/CT-scans, MRI-scans en andere ERGO-gegevens gaan toekomstige onderzoekers hopelijk méér leren. We weten nu dat diabetes vaak samengaat met samenklontering van amyloïd-eiwitten. Een interessante vraag is of er ook een verband is tussen diabetes en beschadigde bloedvaten in de hersenen. En tussen beschadigde bloedvaten en samenklontering van amyloïd-eiwitten.’

 

Gezonde leefstijl

Waarom is het jongste onderzoeksresultaat belangrijk? Rebecca: ‘Zaken die goed zijn om hart- en vaatziekten te voorkomen, zoals voldoende bewegen en niet roken, zijn ook goed om het proces van dementie af te remmen. Daarvoor is steeds meer bewijs beschikbaar. Dit onderzoeksresultaat lijkt er ook voor te pleiten. Want deelnemers met een hoge bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte hebben vaker een samenklontering van amyloïd-eiwitten. En die samenklontering kan een rol spelen bij het ontstaan van dementie.’

 

Koerier in de file

Terug naar het begin: waarom verkeerden Joyce en Rebecca op maandagochtend altijd in spanning over de mogelijke annulering van het programma? Rebecca: ‘De straling van het radioactieve stofje vermindert snel. Nadat het is gemaakt, mag het niet te lang duren voordat het wordt gebruikt. Maar in het Erasmus MC maken we het stofje niet. Dat gebeurde aanvankelijk in Amsterdam en Brussel en later in Duitsland. Vanwege de snel afnemende werking werd het stofje geproduceerd op de dag van het PET/CT-scanonderzoek. Soms beoordeelden de deskundige collega’s bij aankomst dat de straling al te veel afgenomen was om nog iedereen te kunnen scannen die dag. Ook is de koerier die het stofje naar Rotterdam bracht een keer in de file terechtgekomen. En soms beoordeelden de makers van het stofje zelf dat de kwaliteit en veiligheid niet aan de eisen voldeden en dat het dus niet aan ons mocht worden geleverd.’

 

Bewonderenswaardig

Joyce: ‘Wij waren blij met het begrip van de deelnemers wanneer hun onderzoek niet doorging. Dan hoorden we: geen probleem, ik ben nog thuis, volgende keer beter. Soms zaten deelnemers al in het Erasmus MC en werd bekend dat het stofje later zou arriveren dan gepland. Dan bleken sommigen bereid te blijven wachten. Die mentaliteit was bewonderenswaardig.’

 

Wandelen bij de Rotte

Joyce heeft Rotterdam begin dit jaar verlaten. ‘Ik heb er gewoond tijdens mijn promotieonderzoek en hield ervan te wandelen bij de Rotte, in het Prinsemolenpark. Nu woon ik in Nijmegen en werk als epidemioloog/onderzoeker bij GGD Hart voor Brabant in Den Bosch.’

Rebecca en Joyce delen liefde voor muziek. Terwijl Joyce graag danst in een groep, bijvoorbeeld jazzballet of moderne dans, heeft Rebecca zangles. De klinisch informaticus in opleiding zegt: ‘Ik vind het leuk om te groeien in het zingen. De meest uiteenlopende liedjes zing ik: van Metallica tot Jacques Brel. En ik hardloop vaak in Rotterdam-Noord.’

 

Niet naar de dokter tijdens corona: de gevolgen

‘Veel ERGO-deelnemers met gezondheidsklachten zagen af van zorg die ze normaal gesproken wél zouden hebben gebruikt’


ERGO-deelnemers hebben meegeholpen iets moois te bereiken. Mede omdat zij tijdens de coronaperiode vragenlijsten invulden over hun zorggebruik, staat onderzoek naar dit thema nu hoog op de agenda in ons land.


Veel ERGO-deelnemers zullen het zich herinneren: corona had nog maar net zijn intrede gedaan in Nederland, of zij kregen een vragenlijst toegestuurd uit het onderzoekscentrum in Ommoord. Konden zij bijvoorbeeld laten weten of ze wel of niet naar de dokter gingen nu de lockdown was afgekondigd? Hoe was hun zorggebruik nu premier Rutte op tv had gewaarschuwd contact met andere mensen zoveel mogelijk te vermijden? In de anderhalf jaar erna zouden de deelnemers nog zes keer een vragenlijst ontvangen.

 

 

Uitkomsten op een rijtje

De resultaten van dit onderzoek hebben inmiddels tv-journalen, krantenkolommen, wetenschappelijke tijdschriften en de hoofden van politici bereikt. Silvan Licher zette de uitkomsten – en méér – op een rijtje tijdens een webinar op maandag 17 april. U kunt de online bijeenkomst terug kijken door hier te klikken. 

Andere onderzoekers presenteerden die avond ook resultaten die zijn voortgevloeid uit de vragenlijsten tijdens corona. Annemarie Luik gaat in op de gevolgen voor de mentale gezondheid, zoals eenzaamheid. Trudy Voortman belicht de leefstijl tijdens de pandemie. Gingen we bijvoorbeeld anders eten? En wat betekende deze periode voor ons beweegpatroon?

 

Kracht tonen

Silvan, afgelopen maart begonnen aan de Rotterdamse huisartsopleiding, is als epidemioloog betrokken bij ERGO. Hij vertelt hoe de Covid-19-tijd het bevolkingsonderzoek in Ommoord de kans gaf zijn kracht te tonen.

‘ERGO is voor onderzoekers mede zo mooi en interessant, omdat we dankzij de vele actieve deelnemers voortdurend met een brede blik de wereld in kunnen kijken. Wat is nu gaande? Wat zijn relevante ontwikkelingen? Kunnen we het effect daarvan onderzoeken? De eerste Covid-19-besmetting in Nederland was op 27 februari 2020. Nog geen twee maanden later, op 20 april, vulden de eerste deelnemers thuis al een vragenlijst in. Dat is voor wetenschapsbegrippen razendsnel. Nederland zat in april 2020 midden in de eerste lockdown. Maar toen we op 24 juni de vierde vragenlijst verstuurden, waren de terrassen weer geopend en gingen sommige mensen met vakantie. De zevende en laatste lijst ging de deur uit in december 2021. Dat was een spannende tijd. De periode waarin werd gewaarschuwd dat acute operaties niet meer konden worden uitgevoerd als er nog meer coronapatiënten bij zouden komen in de ziekenhuizen.’

 

Bijzonder

Silvan vervolgt: ‘Op al die verschillende momenten hebben we het gedrag van ERGO-deelnemers kunnen vastleggen. Ik beschouw het als een soort experiment dat wij hebben mogen volgen. Heel bijzonder.’

Van 5656 deelnemers was hun eerste ingevulde vragenlijst bruikbaar voor onderzoek naar zorggebruik tijdens de pandemie. Silvan: ‘Meer dan zeven op de tien uitgenodigde deelnemers stuurden hun antwoorden naar ons. Een zeldzaam hoge score voor een bevolkingsonderzoek. De toewijding van deelnemers is echt een groot compliment waard.’

 

Thuisblijven

Had u in de afgelopen periode gezondheidsklachten waarvoor u normaal gesproken naar een dokter zou gaan, maar dat nu niet heeft gedaan vanwege het coronavirus? Eén op de vijf ERGO-deelnemers vulde op de eerste vragenlijst in inderdaad zorg te hebben gemeden. Silvan: ‘Bij een loopneus of lichte buikpijn is dat niet zo zorgelijk. Zoiets gaat meestal ook over zonder bezoek aan de huisarts. Maar één op de drie deelnemers uit de groep die met klachten was thuisgebleven, had klachten die artsen urgent noemen. Pijn op de borst bijvoorbeeld. Of plotse problemen met het zicht. Of klachten waarvan de deelnemers dachten dat het misschien kanker was. Natuurlijk, de diagnose zal uiteindelijk niet altijd kanker zijn, maar dan is het wel fijn als een arts dit aan je kan vertellen en je geruststelt in plaats van dat je je thuis zorgen maakt.’

 

Nieuw onderzoek

ERGO is één van de eerste onderzoeken wereldwijd die aantoonden dat veel mensen zorg hebben gemeden tijdens de coronaperiode. Silvan: ‘Andere studies, ook in het buitenland, lieten daarna hetzelfde beeld zien. Overigens was in ERGO de zorgmijding tijdens de eerste meting het hoogst. Dat aantal is niet meer bereikt bij de daaropvolgende vragenlijsten, hoewel ook toen mensen zijn thuisgebleven, bijvoorbeeld doordat zij bang waren het virus op te lopen. Het totale aantal mensen dat zorg heeft gemeden daalde dus tijdens de pandemie, maar opmerkelijk genoeg was er een lichte stijging van het percentage deelnemers met ernstige gezondheidsklachten dat zorg meed. Dat zijn we nu aan het onderzoeken. Wie zijn zij, wat zijn hun beweegredenen om niet naar de dokter te gaan en hoe kan de gezondheidszorg hen bereiken? Misschien zijn het wel mensen die vóór de pandemie ook al zorg meden.’

 

Gevolgen van zorgmijding

Een andere belangrijke vervolgvraag is: wat zijn op langere termijn de gevolgen van zorgmijding in coronatijd? Silvan leidt ERGO-onderzoek hiernaar. ‘Kanker en de meeste vormen van hart- en vaatproblematiek ontstaan bijvoorbeeld niet van de ene op de andere dag. Maar wat is de consequentie van het overgeslagen doktersbezoek op de lange termijn? Wij vermoeden bijvoorbeeld dat zorgmijding bijgedragen heeft aan een toename van sterfgevallen tijdens de pandemie.’

 

Hoog op de agenda

In Nederland staat onderzoek naar de gevolgen van corona hoog op de onderzoekagenda. Silvan: ‘De grootste financier van gezondheidsonderzoek en zorginnovatie is ZonMw. Deze organisatie heeft bijvoorbeeld grote programma’s voor dementie en hart-en-vaatziekten. In twee tot drie jaar tijd is ook een programma voor corona ontstaan. Dat is snel. De urgentie van nieuwe studies is onder meer duidelijk geworden dankzij het ERGO-onderzoek waaraan zoveel mensen hebben deelgenomen. In Ommoord bleef één op de vijf ouderen met gezondheidsklachten thuis; dit nieuws over de neveneffecten van het virus heeft veel teweeggebracht in de maatschappij.’

 

Videobellen met de dokter

Op een belangrijke vraag heeft ERGO geen sluitend antwoord kunnen geven. Silvan: ‘We wilden weten aan welke vorm van zorgverlening deelnemers de voorkeur gaven tijdens de pandemie. Zorg op afstand, zoals videobellen met de dokter? Of toch persoonlijk contact in de spreekkamer? Het inrichten van zorg op afstand zal ook na de pandemie belangrijk blijven om de oplopende kosten van de zorg te beperken. We hadden bijvoorbeeld graag tegen de minister van Volksgezondheid gezegd: mensen uit leeftijdscategorie A doen liever aan videobellen en mensen uit leeftijdscategorie B willen naar de artsenpraktijk komen. Maar zo’n uitspraak kunnen we niet doen. De voorkeur blijkt niet samen te hangen met leeftijd, maar met het individu. Iedere deelnemer kijkt er op zijn eigen manier naar.’

 

Bach en Beethoven

Silvan is niet alleen huisarts in opleiding en epidemioloog, maar ook vader van drie kinderen. ‘De oudste is zes jaar. Ik geef voetbaltraining aan zijn team bij Excelsior ’20 in Schiedam. Zelf voetbal ik ook, met vrienden, maar niet bij een club. Verder probeer ik na een paar jaar rust het pianospelen weer in de vingers te krijgen. Thuis staat een piano. Vroeger speelde ik meestal Bach en Beethoven. Maar omdat ik mijn kinderen ook enthousiast wil maken voor muziek, probeer ik nu meer pop spelen. Nummers van Coldplay bijvoorbeeld.’

Ouder uiterlijk soms aanwijzing voor ziekten

Wie er ouder uitziet dan hij is, maakt ook een grotere kans op verouderingsziekten als staar en botontkalking. Dat blijkt uit onderzoek onder ruim 2500 ERGO-deelnemers.


Is onze gezichtshuid een spiegel van veroudering in het lichaam? Het antwoord op die vraag luidt ‘ja’. Dat is naar voren gekomen uit onderzoek van Selma Mekić en Luba Pardo. Promotor Tamar Nijsten schetst hoe dit inzicht zou kunnen leiden tot betere gezondheidszorg. ‘In de ideale wereld denkt de huisarts: deze persoon ziet er veel ouder dan hij of zij is. Ik ga daarom zoeken naar aanwijzingen voor bepaalde ziektes .’

 
Schatkamer

ERGO heeft in de loop der jaren een schatkamer aan onderzoeksgegevens opgeleverd. Er is zóveel informatie voorhanden, dat onderzoekers steeds weer nieuwe vragen kunnen stellen en – dikwijls – beantwoorden. Dat is ook de ervaring binnen de onderzoekslijn ‘huid’.

Tamar is afdelingshoofd en hoogleraar dermatologie in het Erasmus MC. Hij zegt: ‘Samen met collega’s van de afdeling genetische identificatie zijn we plusminus tien jaar geleden gezichtsfoto’s gaan maken van ERGO-deelnemers. Dat deden we vooral vanuit interesse voor huidkanker. Op de foto’s stelden we de hoeveelheid zonneschade vast. Kregen mensen met veel zonneschade in de loop der jaren vaker huidkanker? Later bedachten we dat met de foto’s niet alleen onderzoek kon worden gedaan naar huidkanker, maar ook naar allerlei uiterlijke kenmerken van het gezicht. Bijvoorbeeld veroudering van de huid.’

 
Verhelderend

De dermatoloog vertelt over de achtergrond: ‘Artsen en onderzoekers denken vaak vanuit een afwijking: waardoor ontstaat een ziekte? De tegenovergestelde benadering is om te kijken vanuit de normale situatie. Als je leert hoe normale processen verlopen, kan dat ook verhelderend zijn om een afwijking te begrijpen. Welke zaken precies zijn dan anders in vergelijking met de gebruikelijke situatie? Zo zijn wij ook gaan kijken naar huidveroudering: hoe verloopt dit proces normaal gesproken en wat kunnen we ervan leren?’

Tamar vervolgt: ‘Binnen ERGO hebben we eerst erfelijke aanleg onder de loep genomen: spelen bepaalde genen een rol bij huidveroudering? Hebben sommige mensen genetische variaties waardoor het proces sneller of langzamer verloopt? Ook is de invloed van omgevingsfactoren onderzocht. Wat betekent bijvoorbeeld roken, overgewicht, ondergewicht of blootstelling voor veroudering van de huid? En toen dachten we opeens aan een nieuwe onderzoeksvraag: is de huid een spiegel van inwendige verandering?’

 

3D-beeld van het gezicht

2679 ERGO-deelnemers zijn acht tot tien jaar geleden op de foto gegaan. Terwijl ze op een kruk zaten, werden tegelijkertijd beelden gemaakt vanuit verschillende hoeken. Van elke deelnemers zijn de foto’s samengevoegd in de computer, waardoor een 3D-beeld van hun gezicht ontstond.

Tamar: ‘We hebben een onafhankelijk panel samengesteld van 25 mensen uit de algemene bevolking. Het waren geen artsen of onderzoekers. We toonden de 3D-beelden aan de leden van het panel en vroegen: hoe oud denk je dat deze persoon is? Nu is het beoordelen van iemands leeftijd iets subjectiefs. En hoe je eruitziet, hangt ook af van bijvoorbeeld hoe je hebt geslapen en wat je de dag ervoor hebt gedaan. Toch kwamen we tot redelijk betrouwbare uitkomsten. Dat was te danken aan het grote aantal 3D-gezichten en de flinke hoeveelheid panelleden.’

Toen van alle gefotografeerde deelnemers het verschil tussen de geschatte en werkelijke leeftijd bekend was, konden onderzoekers nagaan of er een verband was met ouderdomsziekten. Tamar: ‘Aan collega’s van elke ERGO-onderzoekslijn hebben we gevraagd om veelvoorkomende ouderdomsziekten in hun vakgebied te noemen. Daarna keken we of de gefotografeerde onderzoeksdeelnemers deze aandoeningen hadden en of degenen die er jonger uitzagen deze aandoeningen vaker of minder vaak hadden.’

 

Minder vaak COPD

De resultaten waren opvallend. Tamar: “De deelnemers die er gemiddeld vijf jaar jonger uitzagen dan ze waren, hadden dertig procent minder kans op osteoporose, oftewel botontkalking. Hun kans op de longziekte COPD was ook bijna dertig procent lager. We zagen binnen deze groep ook aanzienlijk minder cataract: staar. Verder was hun cognitieve vermogen gemiddeld beter. ERGO-deelnemers doen bijvoorbeeld geheugentests, maken rekensommen en laten zien hoe hun ruimtelijk inzicht is. Door al die resultaten samen te voegen, krijg je een beeld van hun verstandelijk vermogen. Dat bleek gemiddeld dus beter te zijn bij de deelnemers die jonger oogden dan ze waren.’

Andere onderzochte ouderdomsziekten blijken niet samen te hangen met hoe oud iemand eruitziet. Onder ERGO-deelnemers die ouder ogen dan ze zijn, komen bijvoorbeeld nierproblemen en boezemfibrilleren even vaak voor als bij de andere groepen.

 

Efficiënt

Welke verbeterringen kunnen de onderzoeksresultaten de gezondheidszorg brengen? Tamar: ‘In de huidige geneeskunde luistert een arts bijvoorbeeld naar iemands hart of longen, of tikt met een hamertje op pezen, om een eventuele ziekte op het spoor te komen. Maar hoe simpel en efficiënt zou het zijn als een arts meteen op basis van iemands uiterlijk aanwijzingen heeft voor de richting waarin moet worden gezocht?”

 

Meer meten

Zover is het nog niet. Eerst is vervolgonderzoek nodig om de ERGO-bevindingen al dan niet te bevestigen. Tamar: ‘In het promotieonderzoek is maar één keer naar geschatte leeftijd gemeten. We gaan dat vaker doen én we gaan de deelnemers over een langere periode volgen. Welke ouderdomsziektes ontstaan bij welke deelnemers in de komende tien, vijftien, twintig jaar? Inmiddels zijn foto’s gemaakt van 8000 deelnemers, zodat we straks bijna drie keer zoveel 3D-gezichten hebben als tijdens het promotieonderzoek. We ontwikkelen kunstmatige intelligentie om met de computer de leeftijd van de deelnemers in te schatten. Het is té tijdrovend en kostbaar om dat te laten doen door een panel.’

 

Productiecellen

Tamar hoopt ook dat andere onderzoekers voortborduren op de spectaculaire onderzoeksresultaten. Hij geeft een voorbeeld: “Huidveroudering heeft te maken met verlies van bindweefsel in de huid. Door dat verlies verdwijnen de elasticiteit en stevigheid. Belangrijke onderdelen van het bindweefsel zijn collageen en elastine. Deze stofjes worden gemaakt door fibroblasten. Het woord ‘blast’ wil zeggen: productiecel die bind-of steunweefsel aanmaakt. Er zijn ook productiecellen in de botten – osteoblasten – en andere lichaamsdelen. Al die cellen met ‘blast’ in de naam, zijn neefjes en nichtjes van elkaar. Ik kan me voorstellen dat onderzoekers in een laboratorium hiernaar genetisch onderzoek gaan verrichten.’

Tamar vertelt waartoe dat zou kunnen leiden: ‘Stel, fibroblasten van sommige mensen blijken eerder in het leven in een soort slaaptoestand komen. Daardoor worden minder stoffen voor bindweefsel in hun huid geproduceerd en gaan deze mensen er ouder uitzien dan ze zijn. Worden bij hen ook eerder in het leven osteoblasten minder actief, zodat er minder bot wordt aangemaakt? Als dat het geval is, weet je dat iemand die er ouder uitziet dan hij is, een grotere kans maakt op botontkalking.’

 

In de schaduw

Tamar is vader van vier kinderen en woont in Antwerpen. ‘In mijn vrije tijd ben ik zoveel mogelijk buiten. Dat is een goede manier om los te komen van het werk. Ik ben graag aan zee, wandel tijdens vakanties in de bergen en zit vaak op de mountainbike.’ De dermatoloog smeert zich waarschijnlijk in met zonnebrandcrème voordat hij naar buiten gaat? ‘Nee, ik ben geen superfanatieke smeerder. Ik bescherm me tegen de zon door mijn huid te bedekken. Ik draag meestal een petje en een T-shirt met lange mouwen. Ook probeer ik zoveel mogelijk in de schaduw te blijven.’

 

De tip van Amber Yaqub voor een lekkere en gezonde maaltijd

Gezond eten zou de ontwikkeling van hersenziekten kunnen afremmen. Dat zegt arts-onderzoeker Amber Yaqub. Zij deelt met u een recept voor dahl (een Indiase linzenschotel) én vertelt over haar studies binnen ERGO.

Bij de keuze voor een recept heeft Amber Yaqub even getwijfeld. Ze weet van zóveel smakelijke en gezonde maaltijden hoe ze worden bereid. Uiteindelijk gaf haar achtergrond de doorslag. ‘Mijn grootvader is geboren in India, dus ik kies voor dahl. Zoals veel Indiase gerechten is het vegetarisch, maar je kunt er prima kipfilet in verwerken.’

 
Gezonde darmen, gezonde hersenen

Waarom raadt Amber ERGO-deelnemers dahl aan? ‘Met gezonde darmen heb je ook een grotere kans op gezonde hersenen. Mijn advies: eet groente, fruit en andere vezelrijke producten, zoals volkorenbrood of havermout. Vis is ook goed; zalm of makreel bijvoorbeeld. Dahl is een linzenschotel. Het bevat dus veel vezels én het smaakt heerlijk!’

 
Voorkomen en vertragen

Amber doet onderzoek naar de mechanismen onderliggend aan hersenziekten. Zoals de ziekte van Alzheimer, de meest voorkomende vorm van dementie. Ze vraagt zich af: ‘Welke erfelijke factoren spelen een rol bij mensen die uiteindelijk ziek worden? En welke invloed heeft leefstijl? Het bijzondere van ERGO is dat we kijken naar mensen die (nog) niet ziek zijn. We hopen factoren te vinden die ervoor zorgen dat de ene persoon op den duur een hersenziekte ontwikkelt en de andere niet. Met die kennis zou je tijdig actie kunnen ondernemen om aandoeningen te voorkomen of vertragen. Dankzij ERGO weten we bijvoorbeeld dat rokers, mensen met hart- en vaataandoeningen en een lager opleidingsniveau een groter risico lopen op hersenziekten.’

 
DNA

Zelf probeert Amber onder andere de rol te achterhalen die een bepaald deel van ons DNA speelt. Ze zegt: ‘Het gaat om DNA waarvan wetenschappers tot voor kort dachten dat die niet van betekenis was. Specifiek: DNA dat niet codeert voor eiwitten.’

 

Meer weten over Ambers onderzoeken? Klik hier en lees daar ook haar schriftelijke bijdragen (blogs)!

 

 

Recept dahl (voor vier personen)

Ingrediënten:
- 3 eetlepels olie
- 3 kleine droge pepers
- 2 teentjes knoflook
- 1 theelepel gember
- 2 grote groene pepers
- 2 theelepels gefrituurde uitjes (of 1 kleine ui)
- 1 eetlepel komijnzaad
- 3 laurierblaadjes
- 150 ml water
- korianderblaadjes
- 1 theelepel citroensap
- 1 theelepel zout
- 2 eetlepels tomatenpuree
- 200 gram rode linzen (reeds 1/2 uur in water geweekt)

 

Voor de kruidenmix:
- 1 theelepel rode chilipoeder
- 1 theelepel korianderpoeder
- ½ theelepel gemalen pepers
- ½ theelepel garam masala poeder
- ½ theelepel komijnpoeder

 

Optioneel: Naanbrood

 

Bereidingswijze
1) Snijd alvast de pepers, teentjes knoflook, gember en ui, zodat je goed voorbereid van start gaat.
2) Neem een grote wok. Schenk ongeveer 3 theelepels olie in en zet het vuur op middelhoog. Vervolgens voeg je daar de droge pepers, knoflook en gember aan toe en meng je het geheel goed rond. Daarna kunnen de groene pepers en uien er bij.
3) Doe de laurierbladeren en het komijnzaad er bij. Als de uien beginnen aan te branden, kun je er een scheutje water bij doen.
4) Voeg de kruidenmix en het zout eraan toe en roer het weer goed door. Doe de tomatenpuree erin en schenk eventueel nog een scheutje water toe. Als het geheel wat begint te pruttelen, is het tijd om de rode linzen erin te doen.
5) Na ongeveer 2 minuten mag je al het overige water eraan toevoegen.
6) Zet het vuur op de laagste stand en laat het geheel met het deksel op goed doorkoken. Na ongeveer 7 minuten haal je de deksel er weer af.
7) Als finishing touch kun je er nu koriander en een scheutje citroensap bij doen.

 

Met een stukje naanbrood is dit gerecht helemaal compleet.

 

Eet smakelijk!

 

 

Prikkel het brein en verklein het risico op een hersenaandoening

Wat is je favoriete boek? Daar moet Kamran Ikram flink over nadenken. Geen probleem, want het is juist goed om je brein te stimuleren, zegt de neuroloog. ‘Als je weinig wandelt en beweegt, verlies je spiermassa, gaat je uithoudingsvermogen achteruit en loop je eerder kans een lichamelijke ziekte te krijgen. Wij denken dat het ook zo werkt met de hersenen. Door regelmatig je brein te prikkelen, kun je het risico op hersenaandoeningen verkleinen.’

 

Aan het woord is Kamran Ikram. Hij is neuroloog in het Erasmus MC en binnen ERGO hoofdonderzoeker neuro-epidemiologie. De achternaam Ikram komt vaker voor bij ERGO: Kamrans broer Arfan is de onderzoeksleider. Beiden zijn geïnteresseerd in de hersenen. Waar Arfans aandacht binnen ERGO vooral uitgaat naar dementie, heeft Kamran zich toegelegd op herseninfarcten en -bloedingen en de ziekte van Parkinson.

 

 

Aansluiten bij interesses

Kamran houdt van lezen; dat is een manier waarop hij zijn hersenen vaak aan het werk zet. ‘Maar er zijn veel meer methoden om je brein te stimuleren’, zegt hij. ‘Denk aan schaken, rekenen of puzzels oplossen. Mijn advies: doe vooral wat aansluit bij je interesses. Ik maak weer de vergelijking met lichamelijke activiteiten: de ene persoon houdt van wandelen, de andere van fietsen en weer een andere van fitness. Als je kiest voor een activiteit die je eigenlijk niet zo leuk vindt, is de kans groot dat je je motivatie verliest en ermee ophoudt. Vond jij dus vroeger op school rekenen geen fijn vak? Probeer dan niet je hersenen te prikkelen door rekenoefeningen te doen.’

 

Uitdagend

Waarom vergroot lezen de kans op een goede conditie van de hersenen? Kamran: ‘Als je leest, komt er veel informatie binnen die door je hersenen moet worden verwerkt. Je moet ook een verband leggen met wat je eerder hebt gelezen. Of je denkt na over wat er mogelijk komen gaat. Natuurlijk, tv-kijken kun je ook heel gepassioneerd doen, maar daar zie je vaak toch dat mensen achterover hangen en de informatie over zich heen laten komen. Ik zeg niet dat lezen per se beter is dan tv-kijken: het gaat er uiteindelijk om of de activiteit uitdagend is voor je hersenen.’

Dat laatste is zeker het geval bij wie een roman leest. Kamran: ‘Op basis van de tekst maak je je een voorstelling. Je vult dingen in met je eigen fantasie. Daarom vind ik een boek meestal leuker dan de verfilming ervan. Bij een film krijg je de informatie aangeboden, bijvoorbeeld over de karakters en de situaties. Als je leest, bedenk je die zelf voor een groot gedeelte. Je creëert je eigen visie in plaats van dat je de visie van de regisseur volgt.’

 

Waarderen

Als middelbare scholier was Kamran nog geen fervent liefhebber van literatuur. ‘Mijn voorkeur ging meer uit naar vakken als wis- en natuurkunde: disciplines waarover ik nog altijd boeken lees. Tijdens Nederlands maakte ik kennis met bijvoorbeeld De Aanslag van Harry Mulisch en de Donkere Kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans. En voor Engels lazen we schrijvers als Shakespeare. Ik kon het destijds nog niet zo waarderen; mijn voorliefde ontstond toen ik twintiger was.’

Maar toen was het goed raak ook, herinnert Kamran zich. ‘Ik begon klassiekers uit de wereldliteratuur te lezen, zoals Jozef en zijn broers van Thomas Mann en Oorlog en Vrede van Lev Tolstoj. Daar ben ik tot op de dag van vandaag mee doorgegaan; ook na een werkdag probeer ik meestal nog te lezen. Ik ben nu bezig in Moby-Dick van Herman Melville. Dat is het beroemde boek over de jacht op een witte potvis. Ik vind het mooi om een werk van eeuwen geleden te lezen en daarin situaties tegen te komen die ook van toepassing zijn op onze tijd.

Neem het werk van Shakespeare; dat is ruim vier eeuwen geleden geschreven, maar kan ons nog altijd aanspreken of inspireren.’

 

‘Ik ben gedichten in Urdu tegengekomen die een verrijking zijn voor mij’

Dat overkomt Kamran ook bij lezing van boeken uit een héél ander genre. Hij legt uit: ‘Mijn ouders zijn afkomstig uit Pakistan. Daardoor ben ik bekend met twee talen die in Pakistan worden gesproken: Urdu en, in mindere mate, Punjabi. Nadat ik veel Europese literatuur had gelezen, begon ik me af te vragen: wat is er in de loop van de eeuwen geschreven in andere landen? Vanuit die interesse ben ik me gaan verdiepen in Urdu-schrijvers uit Pakistan en India, zoals Mohammed Iqbal en Mirza Ghalib. Omdat er ook enige overeenkomsten zijn tussen Urdu en Farsi, heb ik recent een gedichtenbundel gekocht van Hafiz, een Perzische dichter uit de veertiende eeuw. Ik ben benieuwd of ik dat zal kunnen begrijpen. Het is een verrijking: ik ben in gedichten metaforen – vergelijkingen – tegengekomen die ik nog niet kende.’

 

Zenuwstelsel

Kamran is gedurende veertig procent van zijn werktijd actief als neuroloog in de kliniek. Een neuroloog is een medisch specialist die patiënten ziet die een aandoening hebben van het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel begint bij de hersenen en loopt door naar het ruggenmerg, van waaruit zenuwbanen richting de spieren gaan. Kamran richt zich op de bloedvaten die naar de hersenen lopen.

‘Tijdens de overige zestig procent concentreer ik me op andere werkzaamheden, zoals onderzoeken binnen ERGO’, vertelt hij. ‘Onze onderzoekstak is vooral gefocust op hersenaandoeningen bij ouderen. Hoe vaak komen die voor? Omdat ERGO-deelnemers over een langere periode worden gevolgd, kunnen we ook vaststellen hoeveel nieuwe gevallen erbij komen. Vervolgens willen we weten: waarom? Wat zijn oorzaken van hersenaandoeningen op latere leeftijd? Het bijzondere van ERGO is dat veel verschillende expertises gegevens verzamelen over de deelnemers en dat ze nauw met elkaar samenwerken. Er worden bijvoorbeeld MRI-scans gemaakt, er worden looppatronen bekeken, er worden vragen gesteld over de leefstijl. We proberen verbanden te achterhalen tussen dit soort informatie en hersenaandoeningen. ‘

Kamran vervolgt: ‘Bij hersenaandoeningen hebben we vooral oog voor eventuele relaties met factoren op het gebied van hart en bloedvaten. Voorbeelden daarvan zijn de bloeddruk, de cholesterolinname en diabetes mellitus (suikerziekte). Wat is de invloed daarvan bijvoorbeeld op het ontstaan van een herseninfarct of Parkinson?’

 

Risico verkleinen

Mede dankzij ERGO is het inzicht ontstaan dat dementie niet automatisch moeten worden geaccepteerd als een ouderdomsaandoening waartegen niets te doen is. Kamran: ‘We weten nu dat er een verband is tussen een slechte staat van bloedvaten – zoals een hoge bloeddruk en cholesterolgehalte – en dementie. Een gezonde leefstijl, denk bijvoorbeeld aan niet-roken, helpt dus niet alleen een hart of -herseninfarct te voorkomen of uit te stellen, wat we al langer wisten. Nee, je kunt zo óók het risico op dementie verkleinen. In een studie hebben we gezien dat als we factoren op het vlak van hart en bloedvaten zouden kunnen wegnemen, we dan ongeveer 25 tot 30 procent van de dementie gevallen kunnen voorkomen.’

 

Minder bekende soorten

Welke stappen hoopt Kamran in de komende jaren te zetten met ERGO? ‘Tot dusver heeft onze focus vooral gelegen op beroertes en dementie. Maar dementie is een overkoepelend begrip: Alzheimer is de bekendste vorm, maar er zijn er nog veel meer. Hetzelfde geldt voor beroertes: het herseninfarct is hiervan het meest voorkomende type, maar er zijn meer vormen. Binnen ERGO zijn we sterk in grote getallen, in hersenaandoeningen die zich het vaakst voordoen. Het is een uitdaging ook grip te krijgen op de subtypen, de vormen die minder vaak voorkomen. Ik bedoel daarmee dat we willen weten hoe vaak deze typen voorkomen en wat de oorzaken zijn. Ook bij deze hersenaandoeningen willen we aanknopingspunten vinden om ze te kunnen vermijden.’

 

Advies

Toch nog even terug naar de openingsvraag: wat is Kamrans favoriete boek? Of beter nog: heeft hij een leestip voor ERGO-deelnemers? Kamran moet het antwoord schuldig blijven: ‘Ook bij lezen geldt dat je het best iets kunt kiezen wat aansluit op jouw interesses. Dat ik geboeid een boek van Thomas Mann heb gelezen, betekent niet meteen dat een ander dat ook zal doen. Mijn belangrijkste advies is: doe iets wat je hersenen prikkelt én wat je leuk vindt.’

 

Oratie

Enige tijd geleden is Kamran benoemd tot hoogleraar met de leeropdracht Klinische Neuro-epidemiologie. 

 

Hij heeft dit ambt op vrijdag 13 mei 2022 aanvaard door in het openbaar een rede uit te spreken.

De titel van zijn rede was: 

 

Voorbij het gezond verstand: Mijn dialoog met de natuur. Een gebed voor populaties, patiënten en pupillen. 

 

U kunt de plechtigheid terugzien door hier te klikken. 

 

Iedere deelnemer met een glimlach naar huis

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: hart- en vaatziekten zijn wereldwijd de meest voorkomende doodsoorzaak. Het maakt duidelijk hoe belangrijk onderzoek naar deze aandoeningen is. Onderzoek naar manieren om ze te voorkomen. En onderzoek om ze beter te kunnen behandelen. ERGO-deelnemers dragen hieraan een steentje bij. Dat doen ze door bijvoorbeeld een ECG (hartfilmpje) te laten maken of een bloeddrukmeting te ondergaan.

 

Mijn baan is mooi door de combinatie van menselijk contact en werken met techniek

Inge Haumersen (60) werkt de helft van haar leven bij het zogeheten hart-vaatblok in het ERGO-onderzoekscentrum. Samen met Saskia Hoornweg en Marjolijn Kasi verzamelt en analyseert ze gegevens van deelnemers. Alle drie zijn ze hartfunctielaborant. ‘Ik vind mijn werk heel leuk’, vertelt Inge.

‘Anders zou ik het natuurlijk niet al dertig jaar doen. Deze job is aantrekkelijk door de combinatie van menselijk contact en werken met techniek. ’ Met een glimlach: ‘Maar te veel menselijk contact is niet altijd mogelijk bij mijn werkzaamheden. Bij sommige metingen moet ik deelnemers vragen stil te zitten of te liggen en niet te praten. Anders kunnen we geen goede metingen doen.’

 

Schot in de roos

In 1990 was ERGO nog maar één jaar oud. Inge las dat er een vacature was voor een interviewer: iemand die deelnemers thuis vragen stelt. ‘Op dat moment werkte ik als verpleegkundige in het Ikazia Ziekenhuis in Rotterdam. De baan bij ERGO leek me leuk en interessant. Ik vond werken in een ziekenhuis best hectisch en onvoorspelbaar, had behoefte aan regelmatige werktijden. Tijdens mijn sollicitatiegesprek in Ommoord hoorde ik dat niet alleen een interviewer werd gezocht, maar ook iemand die echo’s kon maken van hart en bloedvaten. Daar ben jij wel een type voor, zei een van mijn gesprekspartners. Achteraf kun je zeggen dat het een schot in de roos is geweest.’

 

Waarom was Inge geschikt voor de baan? ‘Je moet technisch gespecialiseerd zijn om echo’s te maken. Dat was ik nog niet, maar ik ben wel technisch aangelegd, kan zelfstandig en nauwkeurig werken én ben kritisch op wat ik heb gedaan. Dat laatste is belangrijk, omdat metingen van hart en vaten niet altijd meteen goed zijn en dan moeten worden herhaald. Toen ik was aangenomen, ben ik direct de opleiding tot cardiovasculair laborant gaan volgen. Het ging om de studierichting voor onderzoek dat buiten het lichaam plaatsvindt.’

 

Met een echo krijg je een beeld van de bouw van iemands hart

Deelnemers aan ERGO ondergaan in de loop der jaren verschillende keren een hart- en vaatonderzoek. Inge heeft dus al duizenden, waarschijnlijk zelfs tienduizenden keren metingen verricht. Dat gebeurt altijd in samenwerking met een collega. ‘Wat we allemaal doen? Ten eerste een echo maken van hart en bloedvaten. Zo krijg je een beeld van de bouw van iemands hart. Hoe zien bijvoorbeeld de hartkamers, hartboezems, hartkleppen en grote aders eruit? Bij een echo meet je aan de hand van geluidstrillingen, van geluidsweerkaatsingen. De deelnemer ontbloot zijn of haar bovenlijf en gaat op een bank liggen. Daarna leggen we op het lichaam een apparaatje, de echokop, en proberen we tussen de ribben door naar het hart te kijken. Bij de ene deelnemer is het hart gemakkelijker te vinden dan bij de andere. Als je bijvoorbeeld een kromme rug of flink wat overgewicht hebt, kan het hart nét wat anders komen te liggen dan bij de meeste andere mensen.’


Op de lijst staat ook een hartfilmpje terwijl de deelnemer in een toestand van rust is. De opname duurt drie minuten. Verder worden onder meer de bloeddruk en de dikte van de vaatwanden gemeten. Inge: ‘Wij meten niet alleen, maar analyseren en beoordelen veel verzamelde gegevens ook. Soms overleggen we daarna met een cardioloog in het Erasmus MC of een longarts in Duitsland. Met die laatste zoeken we contact als er een verhoogde bloeddruk in de longen is. Heel soms wijzen een meting en analyse uit dat er iets mis is met de ERGO-deelnemer. Dan bellen we de huisarts, die verdere actie onderneemt. We hebben in de loop der jaren bijvoorbeeld een paar keer een lekkende hartklep geconstateerd, waarna een operatie volgde. Ik herinner me ook een deelnemer die longpatiënt was. Hij was kortademig, maar dacht dat dit een logisch gevolg was van zijn longziekte. Totdat wij zagen dat hij een afwijkend hartritme had. Daarna heeft hij een pacemaker gekregen en had hij minder last van kortademigheid.’

 

Mensenwerk en maatwerk

Inge is drie dagen per week actief in het ERGO-onderzoekscentrum. ‘Wij waarderen het zeer dat zoveel mensen op vrijwillige basis meedoen aan ERGO. Daarom heb ik bij iedere deelnemer de ambitie dat hij of zij met een glimlach naar huis vertrekt. Ik zoek bij iedereen naar de best passende benadering. Sommige deelnemers zijn een beetje nerveus en stel ik op hun gemak. Andere deelnemers zijn bij binnenkomst al ontspannen en vinden het leuk als je ze bijvoorbeeld vraagt naar hun kinderen en kleinkinderen. Het is mensenwerk én het is maatwerk.’

 

Nog altijd lenig

Een paar jaar geleden verrichtte Inge tijdelijk ook ander onderzoek. In die periode verbaasde ze zich over de fitheid van sommige deelnemers. ‘We vroegen mensen mee te doen aan een test van hun bewegingsapparaat. Dat is de benaming voor onze botten, gewrichten, spieren, pezen en zenuwen. De deelnemers kregen onder andere het verzoek op een lage stoel te zitten, op te staan en een papiertje van de grond te rapen. Sommige dames bogen voorover en hoefden nauwelijks hun benen te buigen om het papiertje te pakken. Dat waren tachtigers, in enkele gevallen zelfs negentigers! Ik vroeg hoe het kwam dat ze nog zo lenig waren. Het bleek dat ze nog elke dag oefeningen deden.’

Zelf heeft Inge ook oog voor haar fitheid. ‘Ik probeer minstens drie keer per week naar de sportschool te gaan. Daar doe ik veel steps en power, vaak op muziek. Verder wandel ik elke dag met mijn hondje, een chihuahua pincher mix. Hij is al elf jaar oud, maar zo blijft hij ook fit. Voor de geestelijke fitheid is het belangrijk om te lezen. Ik heb onlangs de schrijfster Aya Zikken ontdekt. Haar bekendste boek is De Atlasvlinder.’

 

Nieuw onderzoek

Al sinds de aftrap van ERGO in 1989 is ‘hart en vaten’ een onderzoekslijn. De groep wordt tegenwoordig geleid door arts-epidemioloog Maryam Kavousi. Zij en haar medewerkers willen het beloop van hart- en vaatziekten in kaart brengen. Ze kijken ook naar de verschillen tussen vrouwen en mannen bij hart- en vaatziekten. Een nieuwe loot aan de stam heeft te maken met Covid-19.

 

Inge: ‘Tijdens de pandemie hebben ERGO-deelnemers een vragenlijst over Corona ontvangen. Fietsend door Ommoord heb ik zelf een flink aantal lijsten langsgebracht. Deelnemers kregen onder meer de vraag of ze corona hadden doorgemaakt zonder te zijn opgenomen in een ziekenhuis. Wie daarop ‘ja’ heeft geantwoord, wordt van harte uitgenodigd voor een nieuw onderzoek. Maryam en mede-onderzoekers willen achterhalen of Corona op de langere termijn hartschade oplevert. En ook: is de schade blijvend of verdwijnt die op een gegeven moment? De naam van dit onderzoek is de COVID@Home studie.’

 

 

Wat zeg je? Oorzaken en gevolgen van slechthorendheid.

Het is geen nieuws dat veel mensen slechthorend worden op hogere leeftijd. Maar wat zijn de oorzaken en sociale gevolgen? André Goedegebure leidt onderzoek hiernaar.


Vraag: hoeveel ERGO-deelnemers zijn slechthorend? Antwoord: ongeveer één op de vier. Dat is gebleken uit metingen bij bijna 9.000 deelnemers. ‘Vertaal je dit resultaat naar de volwassen Nederlandse bevolking, dan is ongeveer vijftien procent van de bevolking slechthorend’, zegt André Goedegebure. ‘Dat percentage is wat lager dan binnen ERGO, omdat ERGO-deelnemers gemiddeld ouder zijn.’

Iemand heeft last van slechthorendheid als voor hem of haar het geluid harder moet worden gemaakt om te kunnen horen zoals een normaalhorende. In ERGO wordt gehoorverlies van 25 tot 35 decibel beschouwd als slechthorendheid.

 

 

André: ‘Bij 25 decibel gehoorverlies kom je in de problemen in rumoerige situaties. Een verjaardagsfeestje bijvoorbeeld. Je mist dan bepaalde geluiden. Bij gehoorverlies van 35 decibel ga je ook dingen missen in een stille ruimte; je hoort bijvoorbeeld niet wat iemand zegt die op een afstand staat.’

 

Technische hulpmiddelen

André Goedegebure heeft een bijzonder beroep. Hij is klinisch fysicus-audioloog. Daarvan zijn er nog geen honderd in ons land. Een klinisch fysicus-audioloog is verantwoordelijk voor de zorg aan slechthorende kinderen en volwassenen. Hij of zij stelt diagnoses en verzorgt revalidatie, waarbij vaak technische hulpmiddelen worden ingezet. Denk bijvoorbeeld aan een hoortoestel of een cochleair-implantaat: een elektronisch implantaat dat de gehoorzenuw stimuleert.

André: ‘Een keel-neus en oorarts (KNO-arts) kijkt vooral naar de medische oorzaak en mogelijkheden om medisch in te grijpen. Een klinisch fysicus-audioloog vult deze kennis aan met deskundigheid op het gebied van horen. Wij weten hoe geluid bij iemand binnenkomt, wat de hersenen ermee doen, wat er aan de hand is bij een gehoorbeschadiging en wat de gevolgen daarvan zijn. De patiënt kan rekenen op een team van zorg- en hulpverleners die allemaal specifieke kennis hebben. Dus niet alleen een klinisch fysicus-audioloog en KNO-arts, maar bijvoorbeeld ook een psycholoog of maatschappelijk werker, want slechthorendheid kan flinke sociale of psychische impact hebben.’

 

Geluidsdichte studio

In 2011 is binnen ERGO het onderzoek naar slechthorendheid begonnen. André, die in 2004 in dienst trad in het Erasmus MC, leidt de studies. De metingen worden verricht door audiometrist Tekla Enser. In een geluidsdichte studio zeggen deelnemers tegen haar of ze piepjes en toontjes horen. Ze krijgen ook het verzoek woorden na te zeggen.

André vertelt: ‘Het onderzoek is niet zozeer opgezet met als doel te achterhalen hoe vaak slechthorendheid voorkomt onder senioren. Het is al langer bekend dat bij veel 50-plussers het gehoor afneemt en dat dit proces versnelt vanaf het 65e jaar. Nee, wij stellen eventuele slechthorendheid vast om mogelijke verbanden te leggen met andere deelnemersgegevens uit ERGO. Op die manier willen we twee belangrijke vragen beantwoorden. De eerste: waardoor wordt ouderdomsslechthorendheid veroorzaakt? Oftewel: wat zijn de achterliggende oorzaken? Als je die kent, kun je ze misschien beïnvloeden en voorkomen dat iemand slechthorend wordt.’

 

Erfelijke oorzaak

Zo is bij ERGO-deelnemers nagegaan of slechthorendheid op oudere leeftijd een erfelijke oorzaak heeft. Concreet: zijn in het DNA van mensen die slechter horen dan hun leeftijdgenoten andere genen actief dan in het DNA van mensen die beter horen voor hun leeftijd? André: ‘Het is al lang bekend dat lawaai doofheid veroorzaakt. Dit noemen we een omgevingsfactor. Wij hebben onderzocht of er op latere leeftijd ook erfelijke factoren in het spel kunnen zijn. In eerste instantie leek dat niet het geval te zijn.’

Hij vervolgt: ‘Maar voor dit soort onderzoek is het belangrijk over zoveel mogelijk gegevens te beschikken. Dat helpt om optimaal zicht te krijgen op eventuele verbanden. Daarom hebben we data van ERGO-deelnemers samengevoegd met gegevens van deelnemers uit internationale onderzoeken. Toen vonden we toch een flink aantal genen die verband houden met slechthorendheid. Net als bij veel andere aandoeningen blijkt er bij slechthorendheid op oudere leeftijd best veel genetische gevoeligheid te zijn. Dat de ene persoon vroeger slechthorend wordt dan de andere, is dus deels genetisch bepaald. Tel daarbij de rol van omgevingsfactoren op. Stel bijvoorbeeld dat iemand genetisch gevoelig is voor slechthorendheid en hij of zij is vaak blootgesteld aan lawaai. Dan bestaat er een grotere kans op slechthorendheid op hogere leeftijd.’

 

 

Eenzaamheid

De tweede grote onderzoeksvraag van André en zijn collega’s binnen ERGO gaat over de sociale impact van ouderdomsslechthorendheid. Wat betekent het precies voor iemands sociale contacten? André: ‘We weten bijvoorbeeld al dat vermoeidheid vaak het eerste signaal is van slechthorendheid. Je ziet dit dikwijls bij mensen die nog werken. Ze hebben bijvoorbeeld veel vergaderingen en moeten erg hun best doen om alles te verstaan. Daardoor zijn ze moe aan het eind van de dag. Een fase verder in het proces kunnen gevoelens van eenzaamheid en somberheid ontstaan. Stel je bijvoorbeeld voor hoe vervelend het is wanneer een kleinkind zijn verhaal afbreekt omdat opa of oma het niet meer kan volgen.’

 

 

Minder prikkels brein

Bij het onderzoek naar de sociale impact van ouderdomsslechthorendheid hoort de vraag of het brein hierdoor minder goed gaat werken. Kan iemand bijvoorbeeld minder snel informatie opnemen en iets onthouden vanwege het verminderde gehoor? Of vergroot slechthorendheid de kans op dementie? André: ‘Een theorie is dat bij mensen met slechthorendheid eerder ouderdomsslijtage in de hersenen optreedt omdat het brein minder prikkels krijgt, ook al omdat ze minder sociale contact hebben. Als deze theorie klopt, moeten we als maatschappij alerter worden op slechthorendheid. Met hoortoestellen en cochleair implantaten kan dan veel worden gewonnen.’

André vertelt dat deze redenering haken en ogen kent. Hij legt uit: ‘We hebben de hersenscan bekeken van ERGO-deelnemers. Dan blijkt dat bij veel mensen die ouder worden, zowel het gehoor als de hersenfunctie achteruitgaat. Dat gebeurt min of meer gelijktijdig. Het is dus lastig te zeggen wat de oorzaak is en wat het gevolg. Leidt slechthorendheid tot minder goede werking van de hersenen? Of is het andersom? Of beïnvloeden ze elkaar helemaal niet? Het is bijvoorbeeld niet uitgesloten dat een slechte doorbloeding een oorzaak van beide is. Het onderzoek naar ouderdomsslechthorendheid vergt een lange adem. In de toekomst hopen we aan de hand van onder andere nieuwe hersenscans meer inzicht te krijgen in het proces en mogelijke verbanden.’

 

 

Leefstijl

Een ander doel is binnen ERGO eventuele relaties bloot te leggen tussen leefstijl en slechthorendheid. André: ‘Zowel binnen ERGO als met andere onderzoeken hebben we lichte aanwijzingen gevonden voor minder gehoorverlies bij mensen die gezond leven. We hopen hierover meer duidelijkheid te krijgen via ERGO.’


Konden ERGO-deelnemers vanwege de mondkapjes moelijker gesprekken voeren?

De coronacrisis heeft een nieuwe vraag opgeleverd voor ERGO. Die ontstond toen André en collega’s merkten dat de communicatie met slechthorende patiënten in het Erasmus MC vaak moeizaam verliep.

Hij legt uit: ‘Opeens droeg iedereen een mondkapje. Dat maakte het voor slechthorenden lastig hun zorgverleners te verstaan. Zij zagen geen mond meer bewegen en bovendien klinkt spraak anders vanachter een kapje. Als iemand daardoor nog naar twintig in plaats van tachtig procent verstaat, is eigenlijk geen sprake meer van een gesprek. Ik vroeg me af: zouden sommige ERGO-deelnemers hier ook last van hebben? Konden zij vanwege de mondkapjes moelijker gesprekken voeren in het dagelijks leven? En zo ja, wat waren de gevolgen? In 2020 is aan ERGO-deelnemers gevraagd corona-vragenlijsten in te vullen. We willen nu nagaan of er in de eerste maanden van de coronatijd meer eenzaamheid, somberheid en depressiviteit was en of dit vaker voorkwam bij slechthorenden.’

 

Tennis

Wanneer André niet werkt, is hij ook vaak actief. ‘Ik speel tennis en kom uit in een competitie. Verder wandelen mijn vrouw en ik vaak met onze honden: een dwergpoedel en een Griekse straathond. En in de laatste jaren ben ik me gaan verdiepen in wijn. Ik vind het interessant om meer te weten te komen over de achtergronden van verschillende soorten.’

 

 

 

Een kwestie van gevoel: polyneuropathie

Waarom werken bij sommige mensen de zenuwen niet goed?Waarom tintelen bijvoorbeeld hun tenen of voelen ze geen pijn? Noor Taams doet onderzoek.

Zachtjes een satéprikker tegen je onderbeen geduwd krijgen en daarna zeggen of je iets voelt. Al 4.500 ERGO-deelnemers hebben ervaren hoe eenvoudig lichamelijk onderzoek soms kan zijn. De satéprikker hoort bij het onderdeel ‘polyneuropathie’. Dit is een ziekte waarbij de uiteinden van de langste zenuwen in de benen en armen niet goed werken.

Noor Taams is sinds 2017 betrokken bij ERGO. “Ik werk in het Erasmus MC en ben ook regelmatig in Ommoord om deelnemers te onderzoeken”, zegt ze. Als arts in opleiding tot neuroloog kan Noor uitleggen wat de rol van onze zenuwen is.

‘Zie het zenuwstelsel als de elektriciteitsbedrading in het lichaam. De hersenen geven via de bedrading signalen aan de rest van het lichaam: ze sturen de spieren aan en zorgen er zo voor dat we bewegen. De signalen kunnen ook de tegen-overgestelde richting afleggen. Dan laten bijvoorbeeld de voeten of vingertoppen aan de hersenen weten dat het koud is. Dankzij die signalen voelen we dat we het koud hebben.’

 

Dof gevoel

Ongeveer 250.000 mensen in Nederland hebben deze vorm van polyneuropathie. Noor: ‘Patiënten kunnen méér voelen dan er in werkelijkheid aan de hand is. Denk onder andere aan tintelingen en pijn. Het is ook mogelijk dat ze juist minder voelen of zelfs helemaal niets voelen. Iemand prikt zichzelf bijvoorbeeld of stoot zijn voet, waarna hij slechts een dof, slapend gevoel ervaart.’

 

Op het eerste gezicht kan het misschien aangenaam lijken om geen pijn te voelen, maar pijn heeft een belangrijke functie. We worden bijvoorbeeld gewaarschuwd een hete pan los te laten, omdat we anders onze handen verbranden en die niet meer kunnen gebruiken.

 

Noor: ‘Minder goed voelen kan de kans op een valpartij vergroten. Als je tijdens het wandelen niet merkt dat je je voet neerzet op een scheefstaande stoeptegel, krijgen je hersenen ook niet het signaal dat je uit balans dreigt te raken. Je corrigeert je lichaamshouding niet of te laat en loopt daardoor kans om te vallen. Mensen met polyneuropathie vertellen soms ook dat ze pijn ervaren die niet normaal is. Als bijvoorbeeld het bedlaken over hun voeten schuift, voelt het aan alsof iemand er naalden inprikt. Vaak hebben patiënten last van een combinatie van te veel voelen, te weinig voelen en abnormale pijn.’

 

Belangrijke vraag

Polyneuropathie komt vrij vaak voor. Toch is de ziekte nog met veel vraagtekens omgeven. Daarom is in 2013 onderzoek naar de aandoening van start gegaan binnen ERGO. Misschien wel de belangrijkste vraag is: waarom kunnen artsen bij ongeveer drie op de tien patiënten de oorzaak van polyneuropathie niet vaststellen? Wat zou bij deze groep de reden van de ziekte kunnen zijn? Noor: ‘Het is vervelend dat de gezondheidszorg deze mensen nu weinig te bieden heeft. Zolang de oorzaak onbekend is, weet je ook niet hoe je moet behandelen.’

Gelukkig zijn er veel patiënten bij wie het ziekteproces wél kan worden vertraagd of gestopt. Noor: ‘Vooropgesteld: hoe ouder je bent, hoe groter de kans op polyneuropathie. Daar is niets tegen te doen. Maar als diabetes mellitus type 2 (suikerziekte) de oorzaak is, kunnen patiënt en arts ernaar streven de bloedsuiker zo goed mogelijk in te stellen. Dat helpt vaak. Diabetes is de meest voorkomende oorzaak van polyneuropathie. Andere mogelijke aanleidingen zijn: tekort aan vitamine B1 en B12, chemotherapie en schildklieraandoeningen. De eerste twee kun je tegengaan met toediening van vitamines. En een schildklieraandoening is vaak goed in te stellen met medicatie.’

 

Erfelijke aanleg

Kan polyneuropathie erfelijk bepaald zijn? Is genetische aanleg misschien de achterliggende reden bij de mensen van wie de ziekteoorzaak nu nog onbekend is? ‘Bij de 4.500 ERGO-deelnemers hebben we daarvoor geen aanwijzingen kunnen vinden’, zegt Noor. ‘Maar we kunnen de invloed van erfelijkheid nog niet helemaal uitsluiten. Mogelijk is er een combinatie van risicofactoren nodig, zoals diabetes, vitaminetekort, schildklieraandoening en/of erfelijke aanleg. Om hierover meer te weten te komen, willen we graag onderzoek doen bij nog meer ERGO-deelnemers.’



Zelf beïnvloeden

ERGO-onderzoek heeft in elk geval al wel uitgewezen wat het risico op polyneuropathie vergroot. Noor: ‘Het gaat om overgewicht, ongezond eten, onvoldoende beweging, een hoge bloeddruk, een hoge cholesterolwaarde, een hoge bloedsuikerspiegel en een hoog vetzuurgehalte (triglyceriden).

Wie drie van deze zaken heeft, heeft een twee keer zo hoge kans op polyneuropathie. Onze boodschap is dus dat je er zelf deels invloed op hebt. Wie bijvoorbeeld gezond eet en voldoende beweegt, verkleint zijn risico.’

 

Stemvork

Hoe stellen de onderzoekers vast dat iemand polyneuropathie heeft? Noor vertelt: ‘Het ERGO-onderdeel polyneuropathie duurt ongeveer twintig minuten. Eerst vult de deelnemer samen met een ERGO-medewerker een lijst van vijftien vragen in. Bijvoorbeeld: heeft u weleens last van tintelende handen of voeten? Of: heeft u het gevoel op watten te lopen? Daarna ondergaat de deelnemer een neurologisch onderzoek waarbij het gevoel wordt getest. Hoe goed voelt iemand dat zachtjes een satéprikker tegen zijn onderbeen wordt geduwd? De onderzoekers hebben ook een stemvork. Normaal gesproken gebruiken musici die om te controleren of bijvoorbeeld een piano goed gestemd is. De onderzoekers doen er iets anders mee. Met de stemvork wordt een lichte trilling veroorzaakt. Daarna plaatst de onderzoeker de stemvork op een teen van de deelnemer en vraagt of de trilling gevoeld wordt. Ook worden met een hamertje de reflexen van de deelnemer getest. Het gaat om de kniepeesreflex en achillespeesreflex.’

Tot slot doen artsen of artsen in opleiding een zenuwgeleidings-onderzoek. Noor is één van de artsen die dit uitvoeren. ‘In feite meten we de zenuwen van de deelnemer door, net zoals je een elektriciteitsdraad kunt doormeten. De deelnemer krijgt plakkertjes en elektrodes rond de enkels. Via die elektrodes dienen wij kleine schokjes toe. Die schokjes geven een wat vreemd gevoel, maar doen geen pijn. Op een plek vlak bij het plakkertje meten wij of de prikkel wordt doorgeven binnen het zenuwstelsel. En zo ja, met welke snelheid gebeurt dat? Dat zegt iets over de kwaliteit van de zenuw.’

 

Opbellen

Soms blijkt een ERGO-deelnemer polyneuropathie te hebben.

Noor: ‘Dan bel ik de deelnemer op en sturen we een brief naar de deelnemer en huisarts. Ik bied de deelnemer meteen een bloedonderzoek aan. Als hieruit blijkt wat de oorzaak is, bijvoorbeeld een vitaminetekort, kan een behandeling beginnen.’

 

Meer leren

Welke klachten hebben mensen met polyneuropathie? Waar krijgen ze het meest last van? Onderzoek bij ERGO-deelnemers heeft dat duidelijk gemaakt.

Noor: ‘Mensen hebben moeite met hun dagelijkse bezigheden. Bijvoorbeeld boodschappen doen of reizen met het openbaar vervoer of de eigen auto. Traplopen gaat moeilijker en vergt meer aandacht. Het wandelen gaat minder snel, de balans is minder goed. Komen mensen in een verder gevorderde fase van de ziekte, dan wordt het bijvoorbeeld ook moeilijk een potje open te draaien. Het is dus logisch dat wij nog veel meer willen leren over de ziekte. Op die manier hopen we dat polyneuropathie vaker kan worden voorkomen of afgeremd, zodat meer mensen een goede kwaliteit van leven houden.’

 

Zeilen

Noor woont al sinds haar studie geneeskunde in Rotterdam. Wanneer ze niet werkt, probeert ze zoveel mogelijk in de buitenlucht te zijn. ‘Ik houd vooral van water. Regelmatig ga ik naar Hoek van Holland om te kitesurfen. En tijdens vakanties zeil ik graag, bijvoorbeeld op de Friese meren of zelfs op de Middellandse Zee of in het Caribisch gebied. Dichter bij huis, in Rotterdam-Blijdorp, speel ik tennis.’

 

Schoonmoeder en schoondochter doen mee met ERGO

Nel Sparnaaij (87 jaar): ‘Ik woon al 53 jaar in Ommoord, in de Grasbuurt. Het was de eerste laagbouw van de wijk. Ik vond het meteen een fijn huis en een aangename wijk. Mijn vier kinderen konden alle kanten op en mijn man Tom en ik waren blij met een voor- en achtertuin. Dat ben ik trouwens nog altijd, want ik houd van tuinieren. Het eerste dat ik ’s morgens doe, is kijken hoe de tuin erbij staat en of er iets moet worden gedaan. Wat gebeurt er bijvoorbeeld in de potten waar ik zaadjes heb ingezaaid? En is het nodig onkruid te wieden? Ik mag dan 86 zijn, het tuinieren gaat me nog goed af. Ik doe ook zelf het huishouden.”


Ria Baane (67 jaar): ‘Ik woon samen met Han, de oudste zoon van Nel. Ruim zeven jaar geleden besloten we naar Ommoord te verhuizen, want de wijk bleef Han trekken. Zelf kom ik uit Capelle aan den IJssel. In het begin moest ik wennen aan Ommoord, maar nu voelt het ook echt als mijn wijk. Ik ken inmiddels veel mensen. Ik ben dan ook een uithuizig type. Inmiddels ben ik met pensioen en heb hierdoor meer tijd voor mijn hobby’s. Twee dagen per week pas ik op mijn jongste kleinzoon, ik hou van fietsen, theater, uit eten gaan met vriendinnen en leuke dingen doen met mijn gezin, vooral met onze drie kleinzoons. Ik ben lid van het zangkoor Vrouwen Koraal en mag graag rondlopen in kringloopwinkels. Ook ben ik vrijwilligster in het IJsselland Ziekenhuis. Daar heb ik de rol van gastvrouw in het centrum voor maag-, darm- en leverziekten.’

 

Internationaal voordelen

Nel: ‘Al bijna sinds het begin van ERGO doe ik mee aan het onderzoek. In de loop der tijd heb ik wel aan vijf zes rondes deelgenomen. Dat geldt ook voor mijn man, die drie jaar geleden is overleden. Waarom ik meedoe? Het is een grootschalig onderzoek dat niet alleen voordeel moet opleveren voor mensen uit Nederland, maar ook voor mensen uit andere landen. Het is leuk om daar iets aan bij te dragen. Bovendien vind ik het fijn om eens in de zoveel tijd uitgebreid te worden onderzocht. Het is een mooie controle van je lichaam en geest.’

 

Ria: ‘Toen Han en ik nog in Capelle woonden, kreeg hij als voormalig inwoner van Ommoord een oproep om te blijven meedoen aan ERGO. Daardoor kende ik het onderzoek ook. Nadat wij naar Ommoord waren verhuisd, heb ik contact gezocht met het onderzoekscentrum. Ik wilde ook graag meedoen. Om dezelfde redenen als mijn schoonmoeder. Het bijzondere van ERGO is dat het al tientallen jaren aan de gang is. Als zóveel deelnemers over zó’n lange tijd worden gevolgd, kunnen onderzoekers op een gegeven moment met een curve in een grafiek laten zien of iets beter of slechter gaat. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met die curve als je iets verandert in de leefstijl of ruimtelijke omgeving?’

 

 

Informatie over goede uitslag

Nel: ‘Ik houd ervan mijn hersenen uit te dagen. Ik los bijvoorbeeld cryptogrammen op en ben altijd dol geweest op boeken lezen. Dat is denk ik ook de reden dat ik de ERGO-onderzoeken naar het geheugen en andere hersenfuncties het leukst vind. Zo is er een test waarbij de onderzoeker een reeks kaarten toont met verschillende afbeeldingen erop. Bijvoorbeeld een bal, hond, molen en ga maar door. Daarna haalt de onderzoeker de kaarten weg en moet je vertellen welke afbeeldingen je je herinnert. Hoe ik het ervan afbracht? De onderzoekers zeiden altijd dat ik hoog scoorde, maar graag zou ik meer details willen kennen. Dat is een advies dat ik wil meegeven aan de ERGO-onderzoekers: het is nuttig dat ze je inlichten als een uitslag onverhoopt niet goed is, want dan kan de gezondheidszorg in actie komen, maar ik zou het ook fijn vinden om meer terug te horen bij een goede uitslag.’

 

Ria: ‘Dat is precies wat ik in de zomer vaak heb gehoord tijdens de eerste bijeenkomst van het ERGO-deelnemerspanel. Panelleden denken daar mee over ERGO en delen hun mening en ervaringen met onderzoekers. Stuk voor stuk zeiden ze dat deelnemers graag meer informatie willen ontvangen over de resultaten van zichzelf en van het complete onderzoek. Een van de panelleden verwoordde het mooi: “Ik denk een goede leefstijl te hebben, want ik beweeg veel en eet gezond. Maar stel nu dat uit ERGO-onderzoek blijkt dat mijn cholesterolwaarde aan de hoge kant is. Dan zou ik het op prijs stellen dat te horen en daarnaast tips te krijgen om mijn leefstijl eventueel te verbeteren. En het zou helemaal mooi zijn als dan tijdens een volgend onderzoek duidelijk werd dat mijn cholesterolwaarde niet meer aan de hoge kant is.’

 

Vriendelijk

Nel: ‘Mijn laatste ERGO-ronde was vijf of zes jaar geleden. Als ik word opgeroepen voor een nieuw onderzoek, doe ik weer mee. Over het algemeen zijn mijn ervaringen gunstig. Je wordt als deelnemer vriendelijk geholpen. En het was ook geen probleem toen ik zei liever niet in een MRI-scanner te liggen. Zo’n nauwe ruimte vind ik niet aangenaam.’

 


Ria: ‘Ik heb vier jaar geleden voor het eerst onderzoeken in het ERGO-centrum ondergaan. Hoe dat was? Ik vond het geweldig. De onderzoekers zijn serieus bezig met hun werk en tegelijkertijd vriendelijk tegen de deelnemers. Ze leggen goed uit wat ze met je doen en ook wáárom ze dat doen. Als het aan mij lag, zou ik elk jaar worden opgeroepen voor onderzoek. Ik vind het ook leuk om te horen over nieuwe studies. Zo heeft mijn partner een tijdje geleden een videocapsule ingeslikt voor een darmonderzoek.

Het is ook belangrijk dat ERGO steeds meer jongere deelnemers krijgt: veertigers. Waarom dat belangrijk is? Omdat mensen dan over een nóg langere periode van hun leven kunnen worden gevolgd. Neem dementie: een groot probleem waarover nog veel onbekend is. Als bij een aantal zestigers en zeventigers de eerste symptomen van dementie worden gevonden en als je weet hoe ze leefden en hoe ze eraan toe waren als veertiger, kunnen onderzoekers misschien wel gemeenschappelijke kenmerken op die vroegere leeftijd vaststellen. Misschien levert dat kennis op over het ontstaan van de ziekte. En mogelijk is de aandoening daarmee te voorkomen of af te remmen.

 


Leden van het ERGO-deelnemerspanel kunnen vragen stellen en ideeën inbrengen. Van die gelegenheid maak ik graag gebruik. Kort voor de eerste bijeenkomst van het ERGO-deelnemerspanel en ERGO-onderzoekers had ik een tv-programma gezien over verschillen tussen het mannen- en vrouwenhart. Mannen lopen bijvoorbeeld een groter risico op bepaalde hart- en vaatziekten dan vrouwen. En andersom. Verder worden sommige diagnoses bij vrouwen vaker over het hoofd gezien. Ook kan hetzelfde medicijn een andere uitwerking hebben op een vrouw dan op een man. Kortom, er is maatwerk nodig in de gezondheidszorg, het is essentieel dat de arts erbij stilstaat of iemand een man of vrouw is. Nadat ik dit had verteld tijdens de bijeenkomst, was ik aangenaam verrast om te horen dat ERGO ook deze brede blik heeft. Er loopt onderzoek naar de verschillen tussen vrouwen en mannen bij onder andere hart- en vaatziekten.’

 

 

 

 

Lekker & Gezond
Wie ben je en wat doe je binnen ERGO?

‘Ik ben Sven Geurts en arts-onderzoeker. Mijn focus ligt op boezemfibrilleren. Bij deze hartritmestoornis is de hartslag onregelmatig en vaak ook te hoog. Het is wereldwijd een van de meest voorkomende hartritmestoornissen en het kan leiden tot onder andere een beroerte, hartfalen en/of overlijden.’

 

Welke vragen wil je beantwoorden?

‘De precieze ontstaanswijze van boezemfibrilleren is nog onduidelijk. Dat bemoeilijkt het voorkomen en/of behandeling. Ook heeft het meestal niet één oorzaak.Er spelen verschillende risicofactoren en ook verschillende genen mee bij het ontstaan van boezemfibrilleren.

Ik probeer nieuwe risicofactoren te ontdekken en ook te kijken welke rol bepaalde genen spelen bij het ontstaan van boezemfibrilleren. Zo kunnen we hopelijk in de toekomst boezemfibrilleren voorkomen en beter behandelen.’

 

Waarom kan ERGO je daarbij helpen?

‘Om de drie of vier jaar gaan wij bij deelnemers na hoe hun hart- en vaatstelsel eruitziet. We kijken bijvoorbeeld naar hun bloeddruk en maken een echo en een filmpje van het hart. Daarna volgen we de deelnemers in de loop der tijd. We kunnen dan bekijken of er een verband bestaat tussen deze gegevens en het al dan niet ontstaan van boezemfibrilleren. In onze maatschappij worden mensen gemiddeld steeds ouder.


Ik wil eraan bijdragen dat ze niet alleen langer leven, maar ook langer gezond blijven.’

 

Gezond eten is belangrijk. Welk gerecht kan jij ERGO-deelnemers aanraden?

‘Daging smoor laat zien dat gezond eten lekker kan zijn. Dit gerecht met Indisch rundvlees maak ik één keer per maand. Dan kies ik voor de snelle variant van drie kwartier op de hogedruksnel-kookstand van de slowcooker. Daging smoor bevat vlees. Vlees is rijk aan eiwitten en mineralen, zoals ijzer, die goed zijn voor de spieren. Ik serveer het met zilvervliesrijst en veel groente. Rijst is een bron van energie en in groente zitten vitamines en vezels. Allemaal belangrijk om gezond ouder te kunnen worden, want gezond eten en ook genoeg bewegen verlagen het risico op het ontstaan van hart- en vaatziekten.’

 

 

DAGING SMOOR

 

Ingrediënten (voor vier personen):
500 gram rundvlees (runderlappen of sukadelappen)
1 eetlepel citroensap
2 tenen knoflook
150-200 milliliter tomatenblokjes
4-6 eetlepels ketjap manis
1 theelepeltje nootmuskaat
2 uien (1 om de kruidnagels in te drukken)
6 kruidnagels
1 mespunt kaneel
1 theelepel sambal oelek
2 eetlepels (rijst)olie

Bereidingswijze
1. Haal het vlees uit de koelkast. Laat het op kamertemperatuur komen. Knip of snijd het in blokjes. Besprenkel deze met citroensap en bestrooi ze met zout en peper. Laat dit even staan.
2. Snipper de ui en knoflook zo fijn mogelijk. Verhit 1 lepel olie in een koekenpan en bak het vlees hoog op het vuur aan. Als het vlees is dichtgeschroeid, kan het de slowcooker in óf onder hoge druk worden gekookt. Veeg met een keukenpapiertje de pan schoon.
3. Verhit 1 theelepel olie in dezelfde koekenpan en fruit de ui en knoflook aan. Voeg de nootmuskaat, kaneel en sambal toe. Schep dit even om.
4. De tomatenblokjes, citroensap en ketjap kunnen erbij. Schep het goed om en laat zachtjes bubbelen. Proef of de saus naar wens is. De kruidnagel zit er nog niet in. Voeg eventueel naar smaak extra kruiden of specerijen toe.
5. Druk 6 kruidnagels in een halve ui en leg deze (met de kruidnagels naar beneden) bij het vlees. Giet de saus over het vlees in de slowcooker en meng het door elkaar. Wilt u het vlees langzaam smoren? Zet dan de slowcooker op stand low voor minstens 6 uur. Wilt u het sneller doen? Kook dan 3 kwartier onder hoge druk.
6. Schep het af en toe om met een spatel. In de slowcooker kan het nodig zijn soms een scheutje water toe te voegen om te voorkomen dat de randjes aankoeken door de ketjap. Dit is niet nodig bij hogedruk-koken in de slowcooker.
7. Meng na het koken alles goed door elkaar en proef of de smaak naar wens is. Serveer daging smoor met rijst of aardappeltjes en met groenten.

 

Eet smakelijk / Selamat makan!